Nachtelijke charme

Ons portiek heeft een buitengewone aantrekkingskracht op rare snuiters. Na het bezoek van kat en meeuw stond deze keer wel een heel vreemde vogel op de stoep.

Holst van de nacht. Ik lig opgekruld in bed, verstrikt in mijn diepste dromen als vanuit het niets opeens een enorme haal wordt gegeven aan mijn ouderwetse klingelbel. TINGELINGELINGELINGELING!
Met een ruk schiet ik wakker.  Ik graai mijn wekker van het nachtkastje en constateer dat het vijf minuten voor drie is.

Eerste gedachte: welke idioot haalt het in zijn hoofd om op dit tijdstip aan te bellen?
Tweede gedachte: waar is de brand?!!!! ongeluk?!!!!
Dan stilte. Volkomen stilte.
Derde gedachte: Ja, dág, ik ga echt niet om drie uur ’s nachts de voordeur open doen. Ben daar gek.
Vervolgens, in de doodse stilte,  weer een enorme ruk aan de bel, minstens vijf huizen verder te horen.

Ik kom mijn bed uit, schuif de gordijnen opzij en kijk uit het raam. Niks te zien. Ik vervloek binnensmonds mijn benedenbuurvrouwen, dat – als het een van hen is -,  ze niet gewoon roepen.

Nog steeds twijfel ik. Open doen of niet. Wie staat daar in vredesnaam beneden te bellen? Mijn onzekerheid wordt verbroken door een ferme derde ruk.  Er zit niks anders op: ik moet de trap af en kijken wat er is.

Met bonkend hart stommel ik naar beneden en doe het raampje in de deur open. En daar kijk ik – tot mijn grote verbijstering – in het gezicht van een aandoenlijke jongeman die straalbezopen voor mijn neus staat. Een kegel die in de verre omtrek te ruiken is, en de uitstraling van een ondeugend jochie. Knap, wit blousje net te ver open, lok over het voorhoofd en een flesje Heineken schommelend in z’n hand. Hugh Grant zoals-ie tien jaar geleden op het doek te zien was.

De alcohol heeft van alles beneveld, maar niet zijn spraak. “Ik denk….dat ik bij het verkeerde portiek ben. Dit is niet….waar ik moet zijn”. Een volkomen beteuterd gezicht staart me aan. Ik krijg bijna medelijden.
“Waar moet je zijn dan?”
“Ik weet het niet. Ik denk….bij je buurvrouw. Bij die….uit Spanje”.
Juist ja. Buurvrouw F., pas terug uit Madrid. Zeer charmant, maar blijkbaar soms een beetje te.
“Luister”, verordonneer ik. ” Zij woont daar. Ik hier. Dus laat mijn bel met rust en zoek het verder met haar uit. Het is drie uur ’s nachts. Ik sliep”.

Ik doe het raampje dicht en wil terug naar boven lopen. Nauwelijks heb ik me omgedraaid of er wordt opnieuw geklingeld. Een diepe zucht verlaat mijn lichaam. Ik ruk het raampje open. ‘”Wat nou? Hou hiermee op!”
Een hopeloos armgebaar richting haar deur. Ze heeft geen bel.
“Kloppen dan maar hè”, zeg ik. “Of gewoon naar huis en morgen terugkomen. Misschien wel zo verstandig”.

Maar dat laatste is tegen dronkemansoren gezegd. Even later, terug in bed, hoor ik nog minstens tien minuten gebonk op de deur van de benedenbuurvrouw.
“F., doe nou open! Doe nou open alsjeblieft”.
Alsjeblieft…
Alsjeblieft…
Alsjeblieft…

Ik kruip diep onder de dekens en negeer het smachtelijke klagen. Ik zie Hugh Grant voorbijkomen, en Colin Firth in hun jonge jaren, en slaap dan de slaap der onschuldigen.

De volgende ochtend lijkt alles ver weg. Heel ver weg.
Tot ik de deur uitstap en een blik werp op het dak van de auto van de buurman.

Bier-op-autodak
De liefde heeft ’t niet overleefd. Het bier wel.

One thought on “Nachtelijke charme

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s