Bepaald bepaalt

Ik heb het niet bijgehouden, maar als ik had geturfd hoe vaak ik afgelopen maanden op internet de constructies jij bepaald, hij bepaald en wie bepaald (dat) ben tegenkomen, dan had ik nu een notitieblok vol gehad. Het wemelt ervan: in statusupdates van vrienden op Facebook, op discussiefora, maar ook op websites van bedrijven (jij bepaald je doel; jij bepaald je tempo). En soms zelfs op die van gerenommeerde organisaties, zoals de ANVR, de brancheorganisatie voor de reiswereld. Ai!

ANVR reisadvies

Waarom gaat het zo vaak fout?

Allereerst: het moet natuurlijk bepaalt met een ‘t’ zijn: hij bepaalt, zij bepaalt, wie bepaalt dat. En daar is een heel simpele regel voor: stam van het werkwoord + t. Altijd, zonder uitzondering. Jij, hij of zij, jantje, pietje of klaasje krijgen nóóit een ‘d’ achter de stam in de tegenwoordige tijd. Altijd een ‘t’.

En toch gaat het honderdduizend keer mis. ‘Slecht taalonderwijs’ hoor ik nu mijn ouders’ generatie denken. Ze leren niet meer spellen tegenwoordig. De docenten kunnen het zelf niet meer, laat staan hun leerlingen. Het medium internet, zouden wij dertigers zeggen. Alles gaat snel en haastig, de informatiestroom is zo groot en het gebruik van social media zo laagdrempelig dat je jezelf geen tijd gunt je eigen teksten goed na te lezen. Of er het nut gewoon niet van inziet.

Maar in dit geval speelt er meer. Dat woordje bepaalt/d is een eigenaardig ding. De constructie met de ‘d’ bestaat namelijk ook en wordt ook nog eens veelvuldig gebruikt. Als voltooid deelwoord (de jury heeft bepaald wie er heeft gewonnen) maar ook als bijvoeglijk naamwoord (een bepaald recept) of als bijwoord (dat is bepaald geen vetpot). Ofwel: grote kans dat iemand de vorm met de ‘d’ veel vaker ziet dan de vorm met de ‘t’ en dat dát woordbeeld blijft hangen. Vergelijk: niemand zal schrijven hij werkd. Waarom niet? Omdat dat plaatje niet bestaat. In geen enkele vervoeging.

En dan is er nog iets. Het gaat niet af en toe fout op internet. Het gaat héél vaak fout. Laat Google voor de grap een auto-aanvulling doen. Vul in: wie bepaal… En wat maakt onze zoekmachinereus daarvan?

wie bepaald dat…
wie bepaald het geslacht…
wie bepaald WOZ waarde…

En geef maar eens wie bepaald tussen aanhalingstekens in. Welgeteld 37.000 foutieve resultaten. En dat is dan nog slechts met het onderwerp ‘wie’.  Als je het zo vaak fout ziet online, is het ook niet gek als je het zelf fout gaat doen. Sterker nog: het gebeurt gewoon, zonder dat je het wilt! Als je op een dag 20 keer hij bepaald bent tegengekomen, schrijf je het de 21e keer ook zo. Let maar op!

Ik ga er zelf ook in mee. En dat baart me zorgen. Ooit komt het moment dat ik, de taalpurist, zelf óók een keer jij bepaald ga schrijven. Misschien komt die dag morgen al, of overmorgen. En met een beetje geluk kan ik het dan nog net op tijd wegpoetsen. Maar het kan ook voor altijd in de hongerige zoekmachinemaag terecht komen en verantwoordelijk zijn voor foutief resultaat 25.001 dat wordt uitgebraakt.

Dus lieve lezers, hier komt een noodkreet: eer je spelling, check je posts voor je ze op een forum plaatst, vraag advies als je twijfelt en doe het goed!
Want anders bestaat het internet in de toekomst alleen nog maar uit dit soort pagina’s.

En als je dan toch een keertje de mist in gaat…Vooruit, doe het dan ook maar goed fout. Zoals op Marktplaats:

Te koop, prachtig wandmeubel, nauwelijks beschadigingen. Verkeerd in zeer goede staat.

Dan kan ik er tenminste nog om lachen!

Hocus pocus

Het mooiste woord dat je kent.

In het tijdschrift Onze Taal mag een lezer maandelijks een duit in het zakje doen. Waarom is nou net dát ene woord zo bijzonder voor hem? Het is leuk om te lezen, vooral de uitleg erbij. Regelmatig zijn het woorden die geen Germaanse oorsprong hebben, zoals sjoege, bonbon of melancholie. Wat je van ver haalt, smaakt beter. Maar vaker nog zijn het woorden die wel in deze contreien ontstonden, maar waar iets bijzonders mee aan de hand is: de klank valt samen met de inhoud. Neem het woord ‘lief’, met de letters ‘l’ en ‘f’. De zachtste uit het alfabet, de f kun je bijna wegblazen. Die kunnen toch niets anders betekenen dan iets moois, iets teders? Of denk aan ‘honing’, in dezelfde categorie. De ‘h’ hoor je bijna niet, de ‘ng’ zoemt als een bijtje in je keel, zo zacht. Dat kan onmogelijk straf, pittig voedsel zijn.
Maar het kan natuurlijk ook de andere kant op: woorden die als je ze uitspreekt al de rillingen over je lijf laten lopen. Wat dacht je van ‘huiveringwekkend’ of ‘sidderen’. Ook die scoren hoog als favoriet.

Zelf heb ik natuurlijk ook mijn lievelingen. Ik hou van woorden waar beweging in zit. Woorden met 3 lettergrepen, waarbij de klemtoon op de 1e valt. Daar zit muziek in, een walsje. Veel werkwoorden hebben zo’n constructie, en daar kun je pareltjes tussen vinden: jubelen, prikkelen, ademen, toveren, vliegeren, foeteren, luisteren, dartelen. Ik heb vooral een zwak voor ‘toveren’. Dat woord is bijzonder omdat de stam uit een combinatie van letters bestaat die geen gelijke kent in onze taal. Er bestaat geen ander woord dat begint met ‘tov’. Het is dus een uniek woord. Daarnaast vind ik het leuk vanwege de langgerekte ‘o’ klank in het midden. Ooo, hoe kan dat nou? Waar komt dat konijn vandaan? De magie zit al in het woord zelf. Herman van Veen heeft een mooi liedje over toveren gezongen, waarin hij juist ook die ‘o’ klank net iets verder uitrekt, dan strikt noodzakelijk. Je ziet het gewoon gebeuren, het ene mirakel na het andere.
Magie
Het woord toveren draagt een verhaal met zich mee. De oorsprong is niet helemaal duidelijk, maar naar alle waarschijnlijkheid komt het, net als het Duitse ‘zaubern’, van het oud-Noorse ‘taufr’, wat rode oker betekent. En rood is al eeuwen de kleur van macht en magie. De kleur van koningen en goden, niet geschikt voor het gewone volk. Rode verfstof was jarenlang onbetaalbaar, slechts voorbehouden aan de allerrijksten. Wie zich in rood kon kleden, werd verondersteld over goddelijke, magische krachten te beschikken. Wie ‘taufr’ bezat, was een tovenaar.

En wie gedacht werd een magiër te zijn, moest zijn publiek natuurlijk ook in die waan laten. En dan raken we aan het gebied van de toverspreuken, die ook niet slecht zouden scoren in de lijstjes met mooie woorden. Sterker nog: toverspreuken zijn fantastisch. In de dubbele betekenis van het woord! Wat klinkt er nu magischer dan ‘simsalabim’ of ‘abracadabra’? De eerste uit het Arabisch, de tweede uit het Hebreeuws. Ook hier lijkt te gelden: wat je van ver haalt, overtuigt.

Maar voor mij komt de mooiste spreuk van dichterbij. Mijn grote favoriet is het verbasterde Latijnse ‘hocus pocus pilatus pas’. Niet alleen vanwege het rijm, maar vooral vanwege de etymologie. Sinds ik een paar jaar terug las waar deze uitdrukking vandaan komt, kan ik alleen nog maar schateren als ik hem hoor. Geen goede eigenschap voor een tovenaar. Ik zou er mijn diploma in nog geen 125 jaar mee halen!

Wattuh?

Schrijf eens een keer iets over taal, raadde vriendin M. me onlangs aan. Dat laat ik me geen twee keer zeggen. Natuurlijk doe ik het al, zo tussen neus en lippen door in deze stukjes, maar nu dan een hele column gewijd aan taal! Stukjes is trouwens een woord dat ik van haar niet mag gebruiken, want stukjes zijn puzzelstukjes en stukjes chocola. En geen tekststukjes. Maar ik doe het lekker toch.

En ik weet al precies waar dit eerste taalpraatje over gaat. Over het nog altijd veel te ingewikkelde taalgebruik van de overheid. Inderdaad: ‘nog altijd’, want er zijn bakken met geld geïnvesteerd in pogingen ambtenaren begrijpelijker te laten schrijven. Afgelopen zes jaar heb ik dicht bij het vuur gezeten. Bij VROM volgde de ene schrijfwijzer na de andere en van de Nederlandse Taalunie kregen we zelfs een boekje met schrijftips voor ambtenaren: ‘Hopende u hiermede van dienst te zijn’. Het was goed bedoeld, en zeker geen weggegooid geld. Maar als ik vandaag de dag een beetje rondneus op www.rijksoverheid.nl wordt het me toch droef te moede. Op deze website staan de nieuwsberichten van de gehele rijksoverheid. Het Rijk doet er veel aan om hoog te scoren in de zoekmachines, dus dan zou je ook verwachten dat ze het taalgebruik op de gemiddelde bezoeker afstemmen. Maar niets is minder waar.

Gebakken lucht

‘Ombuiging passend onderwijs en langstudeerders getemporiseerd’
Ja, lees het nog maar eens! Wat stáát hier?
Dit is de kop van het meest recente nieuwsbericht van het ministerie van Onderwijs. Onderwijs nota bene!
Ombuiging?
Getemporiseerd?
Snapt de gemiddelde Nederlander wat hier staat? Nee, zeer zeker niet! Snapt de gemiddelde hoger opgeleide wat hier staat? Nee, zelfs die niet! Verderop in het bericht wordt een en ander dan toegelicht, maar ook daar smijt de auteur nog volop met jargon: efficiencykorting, incidentele ruimte, middelen voor prijsbijstelling en ga zo maar door. De ene hap lucht na de andere. Dat ligt zwaar op de maag, kan ik zeggen.

Bovenstaand voorbeeld staat niet op zichzelf. Het ministerie van Economische Zaken kopte onlangs met ‘Economisch banden met Duitsland aangehaald’, naar aanleiding van het recente staatsbezoek van de koningin aan Duitsland. Met de kop is niks mis. Maar lees dan verder. Behalve dat de tekst haastig geschreven is met veel herhalingen, stikt het weer van jargon. Minister Verhagen had geen gesprek met zijn Duitse collega, maar een bilaterale ontmoeting. Vervolgens namen zij niet deel aan een discussie met het bedrijfsleven, maar hadden een rondetafelsessie. En een octrooiverlening, die ook ter sprake kwam, moet in de toekomst niet zomaar goedkoper worden, maar qua kosten goedkoper. Een nieuwe koekenpan vol gebakken lucht.

Vierkantekilometertaal, stellen de makers van het grappige boekje ‘Zullen we zwaluwstaarten?’, een verzameling staaltjes van ambtelijke wartaal. En ze geven tips voor alternatieven. Ik heb een beter idee. Alle artikelen op www.rijksoverheid.nl kun je eenvoudig delen via Twitter, LinkedIn, Hyves en Facebook (kijk maar onderaan bij elk bericht). Het Rijk voegt hier gewoon, in navolging van de Vind ik leuk-knop op Facebook, twee eigen stemknoppen aan toe: Begrijp ik en Begrijp ik geen snars van.

Elke dag stemrecht. Reken maar dat wij ons zullen laten horen!