Crematie

Het Vreugdevuur, met een hoofdletter, is niet meer. Vanmiddag om 14.00 uur is het, na een minuut stilte, officieel gecremeerd op het strand van Duindorp. Diverse wijken in Den Haag en omgeving rouwen. En Duindorp en Scheveningen net iets meer, omdat zij patent hadden op de grootste vreugdevuren ter wereld. Niet meer. Nooit meer.
Een waardig einde moest er komen, vonden de organisatoren van de vuren. En zo geschiedde. Er werd een rouwkaart gedrukt en online verspreid. “Brand in vrede, Vreugdevuur”.
Onder een waterig zonnetje was er een mooie opkomst, over de 500 man. De grafkist, die in rouwstoet vanuit Delft in Duindorp was aangekomen, werd door een haag van fakkels naar het strand gereden. Bedekt met een groot aantal boeketten en omringd door alle aanwezigen, stemmig in zwart gekleed, werd hij vervolgens in brand gestoken. Een goede sfeer – de politie bleef op afstand – en een mengeling van joligheid en bedrukking tekenden de plechtigheid. Na afloop was er gelegenheid tot condoleren. Koffie en cake niet inbegrepen. Saamhorigheid wel.









Duur betaald

Het leek wel of alle Nederlandse media gisteren maar over één ding konden berichten. De rellen in Duindorp, en de vreugdevuren die definitief door het gemeentebestuur waren afgeblazen. Opeens waren alle ogen op deze Haagse volkswijk gericht en had iedereen er een mening over. In het dorp was het al een aantal dagen onrustig nadat de organisatie van het Duindorpse vreugdevuur had besloten de stekker uit het evenement te trekken. Reden: gebrek aan hulp van de gemeente om de benodigde vergunning alsnog rond te krijgen. Maandagavond escaleerde het met diverse vuurwerkbrandjes en vernielingen in het eigen dorp. De ME moest ingezet worden en er werden twaalf aanhoudingen verricht.

Dinsdagochtend neem ik een kijkje in de wijk. Het is heel rustig in de straten. Zo rustig dat een verslaggever van de Telegraaf moeite heeft bewoners te interviewen. En wie wordt aangesproken is niet altijd happig op de microfoon. Duindorpers zien de pers liever verdwijnen dan verschijnen. Ze worden geassocieerd met het bevoegd gezag en vertellen niet altijd de waarheid. Er hangt nog een stevige brandlucht in de wijk en de onrustige avond resoneert in de honderden glasscherven bij het bushokje op het Tesselseplein. Ook de al langer leegstaande snackcar aan de rand van de duinen biedt een trieste aanblik. Die was al een avond eerder in brand gestoken.

In de namiddag kom ik terug. De bezem is door het dorp gehaald, het glas opgeruimd en het vernielde straatmeubilair met linten afgezet. Het is tegen etenstijd en inmiddels wat drukker in het dorp. Ik doe mijn boodschappen bij de Hoogvliet op het buurtpleintje en het gespreksonderwerp laat zich niet moeilijk raden. Bij de broodafdeling: “Heb je het al gehoord van die van hierachter? Die wordt morgen voorgeleid; hij heeft een rechercheur belaagd. Hij had pas nog bij de marechaussee gesolliciteerd. Nou, dat kan-ie op z’n buik schrijven.” En bij de versafdeling: “Vanavond gaat het helemaal los. Ik hoorde dat er ook allemaal gasten van Ado komen en uit Delft. Ze zullen de wijk wel afsluiten.”

De wijk wordt in de avond inderdaad afgesloten voor verkeer, maar te voet kun je er gewoon in. Er hangt een vreemde stilte als ik er rond acht uur een rondje loop. Op bijna elke hoek staat een politiebusje, maar er is vrijwel niemand op straat. Het voelt als sperrgebiet. Verspreid over de wijk hangen groepjes rond, in het zwart gekleed met mutsen en hoodies. Een enkeling onherkenbaar met sjaal voor de mond. Af en toe laat iemand z’n hond uit of steekt een bewoner zijn hoofd om de hoek van de deur. De enige pers die ik spot heeft zich verzameld bij de Houtrustweg, buiten het dorp. Ik zie niemand in de straten zelf, of ze zijn incognito. Ook ik ben me bewust van mijn positie en trek mijn eveneens zwarte muts wat verder over mijn hoofd. Ik zorg dat de camera niet zichtbaar is en dat ik niet te lang op één plek blijf staan. Als ik het toch niet kan laten om voor de tweede keer door de Pluvierstraat te lopen waar kleine brandjes woeden, word ik direct met mijn neus op de feiten gedrukt. “Die is volgens mij niet te vertrouwen”, hoor ik uit een open raam boven me. “Loop jij maar snel door!”. Uiteindelijk blijft het deze avond rustig in de wijk. Elders in Den Haag worden diverse aanhoudingen verricht, maar in Duindorp geen één.

Ik zal de rellen niet goed praten, maar ik snap ze wel. Ik heb diverse jaren de vreugdevuren en hun opbouw gefotografeerd en iedere keer zag je de gemeenschapszin, de verbroedering. Iedereen die samenkwam op dagen waar maanden voorbereiding aan vooraf waren gegaan. Duindorpers zijn geen tokkies, wel een gesloten gemeenschap waar traditie hoog in het vaandel staat en het adagium ‘voor wat hoort wat’ op de tegeltjes pronkt. Als je als gemeentebestuur daaraan voorbij gaat en alleen maar neemt zonder te geven, dan slaat de vlam in de pan en zal de vis uiteindelijk duur worden betaald.

Snackcar Melissa vernield in Duindorp
Snackcar Melissa verwoest door brand

Bushalte Tesselseplein vernield in Duindorp
Het bushokje op het Tesselseplein in gruzelementen

Taxatie van schade in Pnielkerk Duindorp
Inspectie na brand in de Pniëlkerk, die op het punt stond gesloopt te worden

Gemeentebord vernield aan Houtrustweg Duindorp
Een gemeentebord aan diggelen op de Houtrustweg

Politie controleer toegangswegen Duindorp
Politie voert controles uit bij de toegangswegen tot het dorp

Brandjes in Duindorp
Een klein straatbrandje

Afvalbakken in brand in Pluvierstraat Duindorp
In de Pluvierstraat worden opnieuw afvalcontainers in brand gestoken

Vreugdevuur

Het waren apocalyptische taferelen die zich in de nacht van 1 januari op Scheveningen afspeelden. Een schouwspel van Bijbelse proporties. Een toren die niet hoger mocht, niet hoger kon, maar toch hoger ging. Een straffe westenwind en toen: een ongekende vonkenregen, vuurtornado’s en een dorp dat wonderwel gespaard bleef. Fotografisch was het machtig, voor de toeschouwers ongekend, voor de bewoners onthutsend en verbijsterend. Terwijl aan de ene kant van de boulevard uitbundig op het nieuwe jaar werd geklonken, vlogen aan de andere kant daken, fietsen en auto’s in brand. Ook mijn eigen fiets heeft het niet overleefd: hij is voor mijn ogen in vlammen opgegaan. Voor het eerst fotografeerde ik dit jaar het Vreugdevuur. En misschien ook wel voor het laatst. De gemeente gaat zich bezinnen op de toekomst ervan. Ik ga mij ook maar eens bezinnen. Op een vonkende schadeclaim.

Duel

Ook dit jaar gaat het er weer om spannen: wie bouwt het grootste vreugdevuur van Den Haag? Pardon: ter wereld! Verleden jaar behaalde Duindorp een heuse vermelding in het Guinness Book of Records, met een toren van maar liefst 15 x 15 x 29 meter. Concurrent Scheveningen bleef achter, maar gooit dit jaar alle pallets in de strijd. Vandaag was bij uitstek een mooie dag om eens de tussenstand te polsen. Een waterig zonnetje en aan beide kanten al een flinke stapel. Bij Duindorp zat de sfeer er goed in en schalde stevige 100% NL door de speakers. Op Scheveningen Dorp was het opvallend stil. Stilte voor de storm of gaat Duindorp er dit jaar weer met de trofee vandoor? De spannende uitslag volgt morgen. De lol is er bij beide partijen in ieder geval niet minder om. Tientallen jongens en mannen werken dag en nacht door om de andere partij af te troeven. Mogen we geen kerstbomen meer rausen, dan gaan we toch een heuse tôhen bauwen?

Vreugdevuur Duindorp
Duindorp vanuit de tja.. duinen

Vreugdevuur Duindorp
Een geintje moet kunnen!

Vreugdevuur Duindorp
Pallets tot waar het oog reikt

Vreugdevuur Scheveningen
Aan de andere kant van de haven

Vreugdevuur Scheveningen
Met de Scheveningse vlag

Gedicht Daan de Ligt
En dit mooie gedicht maakte de Haagse dichter Daan de Ligt bij mijn foto