Poëzie op Pootjes

Gedichten over het Haagse gevoel. Dat was het thema van de 4e editie van ‘Poëzie op Pootjes‘, een groot gedichteninzamelingsproject dat om de paar jaar plaatsvindt. Ditmaal leverde het 273 nieuwe Haagse gedichten op, waarvan één van mijn hand. Gisteren werd de dichtbundel met trots gepresenteerd in boekhandel Paagman aan het Spui.

Het was druk en gezellig. Ik had een van de laatste stoelen en toen ik neerplofte en om me heen keek – zoveel mensen, zo divers, van rasechte Hagenees tot deftige Hagenaar, van gesjeesde student tot gelauwerde directeur – kon ik niet anders dan vooral heel dankbaar zijn. Dankbaar dat wij op papier mochten zetten wat wij wilden zeggen. Konden zeggen wat we wilden zeggen. Een vrij land, een vrije stad. Het was bijna onmogelijk geen parallel te trekken met de gebeurtenissen in Parijs, zo recent.

Veel liefde voor de stad. En trots. Maar ook heimwee, onzekerheid, angst. Luchtkastelen, verspilling van geld, onveilige wijken. Mooi verwoord, eerlijk verwoord.

Tien Haagse dichters droegen hun eigen werk voor. De middag werd muzikaal omlijst door Frans de Leef en Hans Steijger met enkele Haagse klassiekers (meezingen verplicht!). En Joris Wijsmuller ontving als wethouder van Cultuur het eerste exemplaar van de bundel.  Poezie op Pootjes Paagman1
Een volle boekhandel

Poezie op Pootjes Paagman2
Wethouder Joris Wijsmuller met organisator Robert-Jan Rueb en Gerard van den IJssel

Poezie op Pootjes Paagman3
Alle dichters konden een gratis exemplaar van de bundel afhalen. Met een trotse organisator.

Donderdag 29 januari is het Nationale Gedichtendag. Poëzie op Pootjes houdt dan haar slotvoorstelling in de bibliotheek aan het Spui. Met optredens van nog veel meer Haagse dichters. Maar ook cabaretier Howard Komproe, schrijver Nico Dijkshoorn, rapper Jon Tarifa en zanggroep Kluister zijn van de partij. Warm aanbevolen!

Kabelbreuk Den Haag Centraal

Zo zacht en loom
De warmte
Klein briesje op de huid
Groen bankje aan het water
Zo kalm
Haast geen geluid
De laatste ambtenaar
Vertrokken
Een gans, nieuwsgierig
Glijdt voorbij
Vijf witte en een grijze
Komen zoekend dichterbij
Een meerkoet schudt
Iets onverstaanbaars
Uit zijn glimmend zwarte keel
De ooievaar
Hoog op zijn poten
Overziet het vredig tafereel

En ik aanschouw
Laat los
Mijn immer malende verstand
En dank met stille lippen de NS
Dat ik hier zomaar ben gestrand

Koekamp

Flirt

Vanmiddag fietste ik langs de Hofvijver, onder een stralend blauwe vrijdagmiddaglucht. Wie goed luisterde hoorde de binnenstad gonzen: rinkelende trams, kakelende toeristen, schreeuwende meeuwen, fluitende draaiorgels. Maar daaroverheen lag een wonderlijke stilte, een lome deken van tevredenheid. Was het de zon? Waren het de terrasjes? De vrijdagmiddag? Of was het gewoon…Den Haag?

Plaats Den Haag

Een geleend gedichtje.

Stadse flirt

Op het ritme van mijn hoge hakken
neurie ik, geluk, geluk
de stad ligt in de zon te bakken
ach mijn dag kan niet meer stuk

met mijn heupen rond ik pleinen
omcirkel ik het Binnenhof
een warm terras in lange lijnen
(stoeltje vrij, nou ja ik bof)

ik kus je bomen, streel je vijver
teken in de lucht een 10
Ik gaf je nooit een ander cijfer
Den Haag, ik word zo graag met je gezien

Anna M.H.W. van Cooten