Zooitje

Sommige talenten krijg je er bij het ouder worden gratis bij, andere raak je hopeloos kwijt. Vroeger was ik goed in ordenen en administreren. Alles netjes opbergen waar het thuishoorde, juiste rekeningen in de juiste map, juiste spulletjes in het juiste laatje. Ik had zelfs ordners met A tot Z-tabbladen, perfecter kon het niet. En ik was dus zelden tot nooit iets kwijt, behalve als ik het misschien té goed had opgeborgen. Vandaag de dag is mijn administratie één grote chaos. Ik heb bakjes waar post en rekeningen tot 5 jaar terug volledig ongesorteerd in liggen te verstoffen, met als enige houvast dat ik weet dát ze daarin zitten. Krantenartikelen die ik wil bewaren kom ik op de gekste plekken in huis tegen en dan zwijg ik nog maar even over mijn digitale administratie. Ordening, en dan met name de discipline die daarbij hoort, is overduidelijk een talent dat ik onderweg volledig ben verloren.

Rommelig bureau

Voor mijn fotografie is dat gebrek aan organisatie een serieus probleem. Ik heb mateloze bewondering voor mensen die na een dag fotograferen direct hun foto’s in het bewerkingsprogramma Lightroom laden, alle noodzakelijke tags en metatags toevoegen en de hele boel in mum van tijd  op orde brengen. Ik kan dat gewoon niet. Mijn foto’s komen in het gunstigste geval terecht in een mapje dat nog enige herkenning biedt zoals een datum of een locatie (Scheveningen, meestal). Maar het gros komt terecht in mappen met betreurenswaardige namen als ‘Nog uitzoeken23’, ‘Nog uitzoeken24′ en vul maar aan. Het is niet dat ik niets met die foto’s doe, want er zitten altijd wel een paar goede bij die ik ertussenuit pluk en al direct na het fotograferen bewerk. Maar de rest eindigt dus voor onafzienbare tijd in de grote bak met beeldenbrij.

Is dat lastig? Ja, best wel! Zo zocht ik pas een foto van een paar jaar terug die ik gewoon niet kon vinden. Ik wist dat ik hem had, maar ik had geen idee waar. Er stonden meeuwen op en hij was op Kijkduin gemaakt. En ik had hem nodig voor een expositie. Na twee uur oeverloos zoeken en een paar vierkante oogjes gaf ik het op. Tot ik opeens een geniale ingeving kreeg: Google Photos. Tot een paar jaar terug maakte ik standaard een back-up van mijn foto’s in dat programma. Ik was ermee gestopt omdat het uploaden mijn pc te veel vertraagde. Maar Google Photos heeft sinds enige tijd een grote plus: objectherkenning. Typ: ballon, en hij vist al je foto’s met ballonnen uit je collectie, echt waar. En zo typte ik: ‘meeuw’ en wat rolde daaruit? Tientallen foto’s van krijsende meeuwen die ik jaren niet meer had gezien. En wat zat daartussen? Juist, dé foto die ik zocht!
Kijk, dat wil ik dus op mijn eigen computer, los van Google: een tooltje dat al mijn foto’s scant en tagt, en dan het liefst ook nog ordent op locatie, datum, kleur wellicht. Iemand nog een gouden tip voor mijn verloren talent?

Adiós

Sail op Scheveningen kreeg deze week nog een aardig staartje. Het Colombiaanse opleidingsschip ARC Gloria meerde dinsdagochtend aan in de haven en bleef enkele dagen liggen voor bezichtiging. Gister vertrok het schip. Het afscheid duurde – op z’n Zuid-Amerikaans – wat langer dan gepland, maar dat deerde het publiek niet. Een mooie mengelmoes van Colombiaanse gemeenschap uit Den Haag, nieuwsgierige Scheveningers, langshobbelende toeristen en deze passerende fotograaf lieten zich het vertrek dat met veel muziek en ceremonieel vertoon gepaard ging bijzonder welgevallen. Uiteindelijk vertrok de driemaster in de vroege avond richting havenhoofd. Op de havenmond werd het langdurig uitgezwaaid door het toegesnelde publiek en tot mijn verrassing werd ik daar bijna emotioneel van. Ook al heb je geen persoonlijke band met de bemanning, het heeft iets tijdloos en universeels: een groot schip uitzwaaien dat koers zet naar zee. Zeker als de voltallige bemanning dan ook nog in de ra’s staat. Je waant je werkelijk een paar eeuwen terug in de tijd. Voor even was de geschiedenis van Scheveningen – uitvaren en niet meer terugkomen – verrassend dichtbij.

 

Storm

Het waaide niet een beetje hard, gisteren aan de kust. Het waaide ontiegelijk hard. Zo hard dat zelfs de fanatiekste kitesurfers zich niet meer in zee waagden. Zo hard dat het doek dat voor reparatie om de vuurtoren was gespannen, eraf was gewaaid. Zo hard dat je eigenlijk alleen maar met je rug tegen de wind in kon lopen. Achterstevoren van noord naar zuid. Maar ook zo hard dat het zand dat ijlings over de kustlijn werd geblazen zich in de meest geniale patronen verspreidde, als lichtende nevels die met oerkracht vooruit werden gestuwd. Oorverdovend. Oogverblindend. Wat een natuurfenomeen.

Vlaggetjesdag

Zacht, zilt en romig, zo moet een nieuw harinkje smaken. En dat deed hij dit jaar perfect! Vrijdag werden de eerste vaatjes aangeboden aan twee Haagse wethouders, waarna de traditionele haringparty aan de Tweede Haven losbarstte. Een gezellig feestje in vrij besloten kring. De dag erna, op Vlaggetjesdag, werd grootser uitgepakt. Zo’n 175.000 mensen bezochten Scheveningen om verse visjes te happen. En om natuurlijk niets te missen van het bomvolle programma met vaartochtjes, taptoe, vlootschouw, oude ambachten, shantykoren, poppodium en grote braderie. Vorig jaar stond ik er zelf met een kraam om mijn fotoboek over Scheveningen te verkopen en miste ik al het feestgedruis. Vandaag kon ik los, en niet alleen ik, maar ook twintig andere fotografen van mijn fotografencollectief ‘Streeteye’ die speciaal voor de gelegenheid mee naar Scheveningen waren gekomen. Was het gezellig jongens? Volgens mij weet ik het antwoord al.

 

Hartje hartje

Onlangs zat ik met vriendin B. in een café aan de warme pompoensoep met brood. Tussen de happen door liet ze doorschemeren dat ik weer vaker moest bloggen. Zonde dat ik niet meer schrijf. Ik vond dat ze helemaal gelijk had. De fotografie slokt me al een flink aantal jaar op. En dat is vaak een zegen, maar soms ook een vloek. Een uit de hand gelopen hobby die veel moois heeft gebracht, maar ook veel tijd afknibbelt van andere zaken die ik óók belangrijk vind. Zoals pas op de plaats rust in plaats van weer ergens naartoe hollen en met 200 foto’s thuiskomen. Vriendin B. wist het mooi te brengen. “Je kunt zo goed schrijven over kleine, alledaagse dingen. Dat ik denk: hoe kun je daar nu een verhaal van maken? Maar jij doet het gewoon.” En terwijl ik mijn laatste restje soep naar binnen slobberde plukte ze en passant ook nog even de Aafs en Sylvia’s van deze wereld uit de lucht.

Ja, ruimte maken om weer te schrijven. Het trekt me steeds meer. Fotografie is een snel medium geworden, een extravert medium ook. Klik, share, klik, share, klik, share. Ik ben niet zo van het haastige en extraverte. En hét allesbepalende podium voor fotografen maakt het er ook niet beter op. Instagram, o, Instagram. Het grote profileerplatform is in wezen een belabberde tool zonder enige diepgang die gebruikers verslaafd maakt aan comments en likes en dagelijks bakken met beeldenbrij over je uitstort (hoe verwerk je dat allemaal?). Een medium waarbij je geacht wordt slechts te communiceren in termen als ‘amazing’ (handjeklap handjeklap), ‘terrific’ (hartje hartje) of “incredible”(vuurtje vuurtje) Maar tegelijkertijd is het een fantastisch medium om als fotograaf werk van andere fotografen te leren kennen en op een eenvoudige manier met hen in contact te komen. Vriendin M., bij wie ik onlangs op bezoek was voor een fotoshoot, vond me hip omdat ik Instagram gebruikte. Wat uit haar mond overigens een behoorlijk compliment was, want meestal steekt ze de draak met mijn behoudendheid (wat vijf tellen na het compliment ook gebeurde toen ze mijn oude paraplu zonder handvat in het gangportaal vond en me verkondigde dat ze nog nooit zo’n calvinistische paraplu had gezien, maar dat terzijde). Instagram dus. Ik vond mezelf niet bepaald hip toen ik er exact twee jaar geleden mee begon. Naar mijn idee zat inmiddels de hele wereld er al op, en was ik het achtergebleven fossiel dat ook nog even om de hoek kwam kijken. Dat bleek niet helemaal waar, maar tot een hartje hartje is het nooit gekomen.

pink broken hearts

Goed, terug naar de Haagse praatjes. Ga ik meer schrijven, minder fotograferen? Ik ga er in ieder geval mijn best voor doen. Maar met twee grote exposities in het vooruitzicht wordt het natuurlijk wel zoeken naar een balans. Misschien moet ik me – in navolging van alle slow trends in fashion en food – maar eens overgeven aan de slow photography. Niet meer met tweehonderd foto’s thuiskomen, maar met twintig, of tien. Zou me eindeloos veel schelen in het selectieproces. Of nog rigoureuzer: mijn Konica uit de kast opdiepen en weer ouderwetse rolletjes kopen. Kan ik me op Instagram mooi aansluiten bij de #analogclub of grossieren in #analogforever. Nieuwsgierig geworden? @sandra_uittenbogaart & @dit_is_scheveningen. Tja, een klein vuurtje vuurtje brandt er natuurlijk nog steeds.

Feestje

Onlangs vond ik in een fotoboek onderstaande foto van Eva Besnyö, een beroemde Hongaars-Nederlandse fotografe die begin 20e eeuw is geboren. De foto is gemaakt op Koninginnedag 1939 en toont vrouwen en kinderen in klederkracht bij een frietkraam in Westkapelle, Zeeland. Ik vind het een van de mooiste foto’s van Besnyö die ik ken. Het licht is fenomenaal, de grijsgradaties prachtig en lucht en zand geven de afbeelding een natuurlijk vignet. En dan die vraag: wat doet dat frietkot daar bovenaan de dijk, in the middle of nowhere? Stond het er altijd al? Is het speciaal voor Koninginnedag gebouwd?

Zeeuwse meisjes bij patatkraam in Westkapelle

Tachtig jaar later (nou ja, bijna dan, in 1939 viel de feestdag op 31 augustus, de verjaardag van Wilhelmina) is ook deze fotografe met de camera op pad. Op zoek naar licht, fenomenaal licht op een grauwe dag. Een Malieveld in plaats van een zeedijk. Kleur waar ooit zwart-wit was. Een leve de koning, in plaats van leve de koningin. Maar in wezen is er natuurlijk niets veranderd. Koningsdag is je verkleden, de slingers ophangen, een wit kantje, een gouden randje, een feestje – én een frietje waard!

Belvédère

In Den Haag is het groen nooit ver weg. En zelden ook erg druk. Sterker: in sommige parken en bosjes kun je rustig een kanon afschieten. Niemand die het merkt. Vandaag was ik in zo’n gebied. Eén van de allerstilste duingebiedjes van Den Haag, op de rand van Scheveningen. Geen kip te bekennen, nooit. Het draagt een statige naam: het Belvédère. Echt statig is het niet, en het uitzicht is evenmin heel ‘belle’. Het is vooral hoog, een van de hoogste duinen van Den Haag. En stil dus, maar dat had ik al gezegd. Vroeger was dat wel anders. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog lag op de plek van dit duin een omvangrijk bunkercomplex, Widerstandsnest 311, een marinehoofdkwartier van waaruit alle West-Europese torpedoboten werden aangestuurd. Het bestond uit een centraal commandocentrum dat zowel bovengronds als ondergronds verbonden was met een groot aantal geheime ‘units’. En als onderdeel van de Atlantikwall stond er heel wat luchtafweergeschut opgesteld. Niks stilte dus. Een behoorlijk explosief gebied.


Belvédèreduin en Van Stolkpark, foto uit CE-Bodembelastingkaart gemeente Den Haag

 

Een dag geleden wist ik dit nog allemaal niet. Vandaag wel, omdat de gemeente Den Haag voor haar bewoners en bezoekers graag bordjes op bijzondere plekken plaatst. Zo las ik op dat bordje – dat naast een heel fijn bankje stond – dat de marinecommandant woonde aan Hogeweg 18 (lees: Hogeweg 18 geconfisqueerd had), een statig pand dat vandaag de dag wel een paar miljoen waard is. Villa Sandhaghe heet het. Een pand dat je trouwens niet mag zien, want op Google Maps is het volledig geblurred (spannund! staatsgeheim!). Dat het bordje van de gemeente pal voor het betreffende pand staat kan dan alleen maar Haagse logica zijn.


Villa Sandhaghe, geblurred op Google Maps

Die villa Sandhaghe had ik tijdens mijn struintocht door het Belvédèreduin al ongemerkt op de foto gezet. Een klassieke villa die zich aftekende tegen torenhoge dennen op het duin. Die dennen vond ik sowieso fascinerend en gingen meermaals op de foto. Evenals de Waterpartij, pal aan de voet van het Belvédère. Het bunkercomplex onder het duin is trouwens een aantal jaar terug nog éénmaal open geweest, en daarna permanent ontoegankelijk gemaakt. En over ontoegankelijkheid gesproken: mocht je ooit het snode plan hebben je eigen onderkomen te laten blurren. Wees gewaarschuwd:

[Klacht op klacht.nl, gericht aan Google] “Omstreeks 2011 heb ik mijn raam laten blurren. Het effect was dat zij mijn hele huis geblurred hebben en dat het lijkt of er een crimineel woont! Dit was niet de bedoeling. Ik heb Google gevraagd om het ongedaan te maken. Dit is niet gehonoreerd, want eenmaal geblurred is altijd geblurred.”

Juf werkt zich suf

Ruim 40.000 leraren verzamelden zich vanmiddag op een winderig en blubberig Malieveld om het kabinet op te roepen meer te investeren in het onderwijs. Extra personeel, een hoger salaris en meer waardering voor het vak, was waar ze om vroegen. De sfeer was goed. Maar het geluid wat timide. “Misschien moet het onderwijs maar een multinational worden”, werd er geschertst. “Dan worden we tenminste door de regering gezien, krijgen we aandacht en bonussen. En o ja, dan mogen we ook nog ongestraft de belasting ontduiken.” Mogelijk zat daar de kneep. Dat het onderwijzend personeel vandaag de dag te braaf is. Natuurlijk stonden er bevlogen mensen in de modder en op het podium. Maar niet alle speeches overtuigden, niet alle spandoeken waren raak. En ook Dolf Jansen in de rol van presentator, grapte er nogal eens naast. Het vuur van de jongeren die een maand geleden op dezelfde plek de klimaatmars liepen ontbrak. Maar je zou het natuurlijk ook zo kunnen zien: in al hun makheid raakten de docenten exact de kern van het probleem. “Volledig uitgeteld, maar toch op het Malieveld!”