En nog meer boeren!

Het eerste boerenprotest was nog maar koud achter de rug of Den Haag kon zijn borst alweer natmaken voor een tweede actiedag. Afgelopen woensdag stroomde de stad opnieuw vol met vele honderden trekkers, waarmee de betogers duidelijk wilden maken dat er nog niet voldoende naar hen werd geluisterd. Stikstofregels prima, maar realistisch en niet alleen op hun schouders. De gemeente Den Haag was deze keer niet vies van grof geschut – vreesde mogelijk een snellere verbouwing van het Binnenhof dan gepland – een zette het leger in om alle toegangswegen tot de binnenstad te blokkeren. Een zware maatregel waarmee niet alleen de actievoerders, maar ook de inwoners zelf flink werden getroffen. En uiteindelijk ook niet waterdicht, want in de middag vonden diverse boeren via de trambanen alsnog een ingang naar de binnenstad en koersten ze onder luid applaus toeterend langs Centraal Station richting Koekamp en Malieveld.

Niet alle protesterende boeren keerden ’s avonds terug naar hun erf. Een deel bleef overnachten in Den Haag om de volgende ochtend langs de Hofvijver een ontbijt aan te bieden aan alle bewoners, als goedmakertje voor de overlast én om stadsneusjes te laten zien waar hun eten vandaan komt. Zelf was ik ook van de partij om te fotograferen en sprak ik met diverse boerinnen. Een van hen had ’s nachts in een koeientrailer op het Malieveld geslapen en vertelde geëmotioneerd dat ze nu voor de derde keer in haar leven in Den Haag was. Als boerin kan ze eigenlijk nooit weg. Eén keer was ze op Scheveningen geweest, en nu twee keer achter elkaar in de Hofstad om het protest kracht bij te zetten. De steun die ze voelde van iedereen onderweg en in de stad vond ze overweldigend. Ik smeerde intussen een boterham met een vers eitje en had nog geen hap genomen of kreeg pardoes een microfoon van Omroep West onder mijn neus. “Smaakt het, mevrouw?” Een tv-debuut met een mondvol ei zag ik niet zo zitten. “Sorry hoor, even niet filmen als ik aan het eten ben” liet ik de verslaggever weten, waarop hij terstond riposteerde: “Maar mevrouw, dat is juist heel erg boers!” Pas aan het einde van de dag durfde ik het aan om op de website van de omroep naar een filmpje te zoeken. Ik vond het en ik kwam in beeld (na 45 sec.). Met broodje ei, maar zonder tekst. Heel fijn. Boeren blij, fotografe blij. Op naar het volgende evenement!

Hooibaal en trekker op Malieveld

Tractorbandensporen modder Malieveld

Legervoertuigen Parkstraat Den Haag

Legervoertuigen Herengracht Den Haag

Tractoren Utrechtse Baan Den Haag

Jonge boeren op Malieveld

Spijkerbroeken en klompen

Tractor langs Centraal Station Den Haag

Schuilen bij Rabobank tijdens boerenprotest

Tractoren langs Centraal Station Den Haag

Telefonerende boer op Koekamp

Schuilen voor de regen op Koekamp

Trotse boerin bij boerenontbijt Hofvijver

Uitladen voor boerenontbijt aan Hofvijver

Kramen van boerenontbijt Hofvijver

Tractor bij Binnenhof en Hofvijver

Boerenprotest

Altijd wat te beleven als je vlakbij het Malieveld werkt. Duizenden Nederlandse boeren lieten gisteren stevig van zich horen door in grote colonnes op hun tractoren richting Den Haag te rijden. Het was een spectaculair en wonderlijk gezicht. Van alle kanten kwamen ze aan, van de snelwegen, de provinciale wegen, de binnenwegen, om al claxonnerend dwars door de stad richting het grote protestveld te koersen. Sommigen waren al midden in de nacht vertrokken, anderen waren over het strand gekomen om chaos op de toegangswegen te vermijden. En die chaos was er: het werd met stip de drukste ochtendspits ooit in Nederland. Maar desondanks was er vooral veel sympathie voor de actievoerders. Boeren die pleitten voor minder regelgeving, minder wijzende vingertjes en vooral meer boerenverstand als het om ingewikkelde maatschappelijke vraagstukken gaat. Regelmatig kwam het terug in de betogen: overal ter wereld kijkt men met trots naar onze agrarische sector, maar in eigen land krijgen we de zwarte piet toegespeeld. Het was een krachtige boodschap die verder reikte dan het Malieveld. Zelfs The New York Times plaatste een artikel over de protesten online. ’s Middags tegen vieren liep het grote veld weer langzaam leeg en keerde de rust terug. Maar volgens de boeren zelf is het laatste woord nog niet gevallen. Als het moet karren ze zo weer richting kabinet.

En speciaal voor de boerendochter uit de familie die zich afvroeg of tractoren wel over een claxon beschikken: [geluid lekker omhoog!]

 

 

Zooitje

Sommige talenten krijg je er bij het ouder worden gratis bij, andere raak je hopeloos kwijt. Vroeger was ik goed in ordenen en administreren. Alles netjes opbergen waar het thuishoorde, juiste rekeningen in de juiste map, juiste spulletjes in het juiste laatje. Ik had zelfs ordners met A tot Z-tabbladen, perfecter kon het niet. En ik was dus zelden tot nooit iets kwijt, behalve als ik het misschien té goed had opgeborgen. Vandaag de dag is mijn administratie één grote chaos. Ik heb bakjes waar post en rekeningen tot 5 jaar terug volledig ongesorteerd in liggen te verstoffen, met als enige houvast dat ik weet dát ze daarin zitten. Krantenartikelen die ik wil bewaren kom ik op de gekste plekken in huis tegen en dan zwijg ik nog maar even over mijn digitale administratie. Ordening, en dan met name de discipline die daarbij hoort, is overduidelijk een talent dat ik onderweg volledig ben verloren.

Rommelig bureau

Voor mijn fotografie is dat gebrek aan organisatie een serieus probleem. Ik heb mateloze bewondering voor mensen die na een dag fotograferen direct hun foto’s in het bewerkingsprogramma Lightroom laden, alle noodzakelijke tags en metatags toevoegen en de hele boel in mum van tijd  op orde brengen. Ik kan dat gewoon niet. Mijn foto’s komen in het gunstigste geval terecht in een mapje dat nog enige herkenning biedt zoals een datum of een locatie (Scheveningen, meestal). Maar het gros komt terecht in mappen met betreurenswaardige namen als ‘Nog uitzoeken23’, ‘Nog uitzoeken24′ en vul maar aan. Het is niet dat ik niets met die foto’s doe, want er zitten altijd wel een paar goede bij die ik ertussenuit pluk en al direct na het fotograferen bewerk. Maar de rest eindigt dus voor onafzienbare tijd in de grote bak met beeldenbrij.

Is dat lastig? Ja, best wel! Zo zocht ik pas een foto van een paar jaar terug die ik gewoon niet kon vinden. Ik wist dat ik hem had, maar ik had geen idee waar. Er stonden meeuwen op en hij was op Kijkduin gemaakt. En ik had hem nodig voor een expositie. Na twee uur oeverloos zoeken en een paar vierkante oogjes gaf ik het op. Tot ik opeens een geniale ingeving kreeg: Google Photos. Tot een paar jaar terug maakte ik standaard een back-up van mijn foto’s in dat programma. Ik was ermee gestopt omdat het uploaden mijn pc te veel vertraagde. Maar Google Photos heeft sinds enige tijd een grote plus: objectherkenning. Typ: ballon, en hij vist al je foto’s met ballonnen uit je collectie, echt waar. En zo typte ik: ‘meeuw’ en wat rolde daaruit? Tientallen foto’s van krijsende meeuwen die ik jaren niet meer had gezien. En wat zat daartussen? Juist, dé foto die ik zocht!
Kijk, dat wil ik dus op mijn eigen computer, los van Google: een tooltje dat al mijn foto’s scant en tagt, en dan het liefst ook nog ordent op locatie, datum, kleur wellicht. Iemand nog een gouden tip voor mijn verloren talent?

Adiós

Sail op Scheveningen kreeg deze week nog een aardig staartje. Het Colombiaanse opleidingsschip ARC Gloria meerde dinsdagochtend aan in de haven en bleef enkele dagen liggen voor bezichtiging. Gister vertrok het schip. Het afscheid duurde – op z’n Zuid-Amerikaans – wat langer dan gepland, maar dat deerde het publiek niet. Een mooie mengelmoes van Colombiaanse gemeenschap uit Den Haag, nieuwsgierige Scheveningers, langshobbelende toeristen en deze passerende fotograaf lieten zich het vertrek dat met veel muziek en ceremonieel vertoon gepaard ging bijzonder welgevallen. Uiteindelijk vertrok de driemaster in de vroege avond richting havenhoofd. Op de havenmond werd het langdurig uitgezwaaid door het toegesnelde publiek en tot mijn verrassing werd ik daar bijna emotioneel van. Ook al heb je geen persoonlijke band met de bemanning, het heeft iets tijdloos en universeels: een groot schip uitzwaaien dat koers zet naar zee. Zeker als de voltallige bemanning dan ook nog in de ra’s staat. Je waant je werkelijk een paar eeuwen terug in de tijd. Voor even was de geschiedenis van Scheveningen – uitvaren en niet meer terugkomen – verrassend dichtbij.

 

Storm

Het waaide niet een beetje hard, gisteren aan de kust. Het waaide ontiegelijk hard. Zo hard dat zelfs de fanatiekste kitesurfers zich niet meer in zee waagden. Zo hard dat het doek dat voor reparatie om de vuurtoren was gespannen, eraf was gewaaid. Zo hard dat je eigenlijk alleen maar met je rug tegen de wind in kon lopen. Achterstevoren van noord naar zuid. Maar ook zo hard dat het zand dat ijlings over de kustlijn werd geblazen zich in de meest geniale patronen verspreidde, als lichtende nevels die met oerkracht vooruit werden gestuwd. Oorverdovend. Oogverblindend. Wat een natuurfenomeen.

Vlaggetjesdag

Zacht, zilt en romig, zo moet een nieuw harinkje smaken. En dat deed hij dit jaar perfect! Vrijdag werden de eerste vaatjes aangeboden aan twee Haagse wethouders, waarna de traditionele haringparty aan de Tweede Haven losbarstte. Een gezellig feestje in vrij besloten kring. De dag erna, op Vlaggetjesdag, werd grootser uitgepakt. Zo’n 175.000 mensen bezochten Scheveningen om verse visjes te happen. En om natuurlijk niets te missen van het bomvolle programma met vaartochtjes, taptoe, vlootschouw, oude ambachten, shantykoren, poppodium en grote braderie. Vorig jaar stond ik er zelf met een kraam om mijn fotoboek over Scheveningen te verkopen en miste ik al het feestgedruis. Vandaag kon ik los, en niet alleen ik, maar ook twintig andere fotografen van mijn fotografencollectief ‘Streeteye’ die speciaal voor de gelegenheid mee naar Scheveningen waren gekomen. Was het gezellig jongens? Volgens mij weet ik het antwoord al.

 

Hartje hartje

Onlangs zat ik met vriendin B. in een café aan de warme pompoensoep met brood. Tussen de happen door liet ze doorschemeren dat ik weer vaker moest bloggen. Zonde dat ik niet meer schrijf. Ik vond dat ze helemaal gelijk had. De fotografie slokt me al een flink aantal jaar op. En dat is vaak een zegen, maar soms ook een vloek. Een uit de hand gelopen hobby die veel moois heeft gebracht, maar ook veel tijd afknibbelt van andere zaken die ik óók belangrijk vind. Zoals pas op de plaats rust in plaats van weer ergens naartoe hollen en met 200 foto’s thuiskomen. Vriendin B. wist het mooi te brengen. “Je kunt zo goed schrijven over kleine, alledaagse dingen. Dat ik denk: hoe kun je daar nu een verhaal van maken? Maar jij doet het gewoon.” En terwijl ik mijn laatste restje soep naar binnen slobberde plukte ze en passant ook nog even de Aafs en Sylvia’s van deze wereld uit de lucht.

Ja, ruimte maken om weer te schrijven. Het trekt me steeds meer. Fotografie is een snel medium geworden, een extravert medium ook. Klik, share, klik, share, klik, share. Ik ben niet zo van het haastige en extraverte. En hét allesbepalende podium voor fotografen maakt het er ook niet beter op. Instagram, o, Instagram. Het grote profileerplatform is in wezen een belabberde tool zonder enige diepgang die gebruikers verslaafd maakt aan comments en likes en dagelijks bakken met beeldenbrij over je uitstort (hoe verwerk je dat allemaal?). Een medium waarbij je geacht wordt slechts te communiceren in termen als ‘amazing’ (handjeklap handjeklap), ‘terrific’ (hartje hartje) of “incredible”(vuurtje vuurtje) Maar tegelijkertijd is het een fantastisch medium om als fotograaf werk van andere fotografen te leren kennen en op een eenvoudige manier met hen in contact te komen. Vriendin M., bij wie ik onlangs op bezoek was voor een fotoshoot, vond me hip omdat ik Instagram gebruikte. Wat uit haar mond overigens een behoorlijk compliment was, want meestal steekt ze de draak met mijn behoudendheid (wat vijf tellen na het compliment ook gebeurde toen ze mijn oude paraplu zonder handvat in het gangportaal vond en me verkondigde dat ze nog nooit zo’n calvinistische paraplu had gezien, maar dat terzijde). Instagram dus. Ik vond mezelf niet bepaald hip toen ik er exact twee jaar geleden mee begon. Naar mijn idee zat inmiddels de hele wereld er al op, en was ik het achtergebleven fossiel dat ook nog even om de hoek kwam kijken. Dat bleek niet helemaal waar, maar tot een hartje hartje is het nooit gekomen.

pink broken hearts

Goed, terug naar de Haagse praatjes. Ga ik meer schrijven, minder fotograferen? Ik ga er in ieder geval mijn best voor doen. Maar met twee grote exposities in het vooruitzicht wordt het natuurlijk wel zoeken naar een balans. Misschien moet ik me – in navolging van alle slow trends in fashion en food – maar eens overgeven aan de slow photography. Niet meer met tweehonderd foto’s thuiskomen, maar met twintig, of tien. Zou me eindeloos veel schelen in het selectieproces. Of nog rigoureuzer: mijn Konica uit de kast opdiepen en weer ouderwetse rolletjes kopen. Kan ik me op Instagram mooi aansluiten bij de #analogclub of grossieren in #analogforever. Nieuwsgierig geworden? @sandra_uittenbogaart & @dit_is_scheveningen. Tja, een klein vuurtje vuurtje brandt er natuurlijk nog steeds.

Feestje

Onlangs vond ik in een fotoboek onderstaande foto van Eva Besnyö, een beroemde Hongaars-Nederlandse fotografe die begin 20e eeuw is geboren. De foto is gemaakt op Koninginnedag 1939 en toont vrouwen en kinderen in klederkracht bij een frietkraam in Westkapelle, Zeeland. Ik vind het een van de mooiste foto’s van Besnyö die ik ken. Het licht is fenomenaal, de grijsgradaties prachtig en lucht en zand geven de afbeelding een natuurlijk vignet. En dan die vraag: wat doet dat frietkot daar bovenaan de dijk, in the middle of nowhere? Stond het er altijd al? Is het speciaal voor Koninginnedag gebouwd?

Zeeuwse meisjes bij patatkraam in Westkapelle

Tachtig jaar later (nou ja, bijna dan, in 1939 viel de feestdag op 31 augustus, de verjaardag van Wilhelmina) is ook deze fotografe met de camera op pad. Op zoek naar licht, fenomenaal licht op een grauwe dag. Een Malieveld in plaats van een zeedijk. Kleur waar ooit zwart-wit was. Een leve de koning, in plaats van leve de koningin. Maar in wezen is er natuurlijk niets veranderd. Koningsdag is je verkleden, de slingers ophangen, een wit kantje, een gouden randje, een feestje – én een frietje waard!

Belvédère

In Den Haag is het groen nooit ver weg. En zelden ook erg druk. Sterker: in sommige parken en bosjes kun je rustig een kanon afschieten. Niemand die het merkt. Vandaag was ik in zo’n gebied. Eén van de allerstilste duingebiedjes van Den Haag, op de rand van Scheveningen. Geen kip te bekennen, nooit. Het draagt een statige naam: het Belvédère. Echt statig is het niet, en het uitzicht is evenmin heel ‘belle’. Het is vooral hoog, een van de hoogste duinen van Den Haag. En stil dus, maar dat had ik al gezegd. Vroeger was dat wel anders. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog lag op de plek van dit duin een omvangrijk bunkercomplex, Widerstandsnest 311, een marinehoofdkwartier van waaruit alle West-Europese torpedoboten werden aangestuurd. Het bestond uit een centraal commandocentrum dat zowel bovengronds als ondergronds verbonden was met een groot aantal geheime ‘units’. En als onderdeel van de Atlantikwall stond er heel wat luchtafweergeschut opgesteld. Niks stilte dus. Een behoorlijk explosief gebied.


Belvédèreduin en Van Stolkpark, foto uit CE-Bodembelastingkaart gemeente Den Haag

 

Een dag geleden wist ik dit nog allemaal niet. Vandaag wel, omdat de gemeente Den Haag voor haar bewoners en bezoekers graag bordjes op bijzondere plekken plaatst. Zo las ik op dat bordje – dat naast een heel fijn bankje stond – dat de marinecommandant woonde aan Hogeweg 18 (lees: Hogeweg 18 geconfisqueerd had), een statig pand dat vandaag de dag wel een paar miljoen waard is. Villa Sandhaghe heet het. Een pand dat je trouwens niet mag zien, want op Google Maps is het volledig geblurred (spannund! staatsgeheim!). Dat het bordje van de gemeente pal voor het betreffende pand staat kan dan alleen maar Haagse logica zijn.


Villa Sandhaghe, geblurred op Google Maps

Die villa Sandhaghe had ik tijdens mijn struintocht door het Belvédèreduin al ongemerkt op de foto gezet. Een klassieke villa die zich aftekende tegen torenhoge dennen op het duin. Die dennen vond ik sowieso fascinerend en gingen meermaals op de foto. Evenals de Waterpartij, pal aan de voet van het Belvédère. Het bunkercomplex onder het duin is trouwens een aantal jaar terug nog éénmaal open geweest, en daarna permanent ontoegankelijk gemaakt. En over ontoegankelijkheid gesproken: mocht je ooit het snode plan hebben je eigen onderkomen te laten blurren. Wees gewaarschuwd:

[Klacht op klacht.nl, gericht aan Google] “Omstreeks 2011 heb ik mijn raam laten blurren. Het effect was dat zij mijn hele huis geblurred hebben en dat het lijkt of er een crimineel woont! Dit was niet de bedoeling. Ik heb Google gevraagd om het ongedaan te maken. Dit is niet gehonoreerd, want eenmaal geblurred is altijd geblurred.”