Belvédère

In Den Haag is het groen nooit ver weg. En zelden ook erg druk. Sterker: in sommige parken en bosjes kun je rustig een kanon afschieten. Niemand die het merkt. Vandaag was ik in zo’n gebied. Eén van de allerstilste duingebiedjes van Den Haag, op de rand van Scheveningen. Geen kip te bekennen, nooit. Het draagt een statige naam: het Belvédère. Echt statig is het niet, en het uitzicht is evenmin heel ‘belle’. Het is vooral hoog, een van de hoogste duinen van Den Haag. En stil dus, maar dat had ik al gezegd. Vroeger was dat wel anders. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog lag op de plek van dit duin een omvangrijk bunkercomplex, Widerstandsnest 311, een marinehoofdkwartier van waaruit alle West-Europese torpedoboten werden aangestuurd. Het bestond uit een centraal commandocentrum dat zowel bovengronds als ondergronds verbonden was met een groot aantal geheime ‘units’. En als onderdeel van de Atlantikwall stond er heel wat luchtafweergeschut opgesteld. Niks stilte dus. Een behoorlijk explosief gebied.


Belvédèreduin en Van Stolkpark, foto uit CE-Bodembelastingkaart gemeente Den Haag

 

Een dag geleden wist ik dit nog allemaal niet. Vandaag wel, omdat de gemeente Den Haag voor haar bewoners en bezoekers graag bordjes op bijzondere plekken plaatst. Zo las ik op dat bordje – dat naast een heel fijn bankje stond – dat de marinecommandant woonde aan Hogeweg 18 (lees: Hogeweg 18 geconfisqueerd had), een statig pand dat vandaag de dag wel een paar miljoen waard is. Villa Sandhaghe heet het. Een pand dat je trouwens niet mag zien, want op Google Maps is het volledig geblurred (spannund! staatsgeheim!). Dat het bordje van de gemeente pal voor het betreffende pand staat kan dan alleen maar Haagse logica zijn.


Villa Sandhaghe, geblurred op Google Maps

Die villa Sandhaghe had ik tijdens mijn struintocht door het Belvédèreduin al ongemerkt op de foto gezet. Een klassieke villa die zich aftekende tegen torenhoge dennen op het duin. Die dennen vond ik sowieso fascinerend en gingen meermaals op de foto. Evenals de Waterpartij, pal aan de voet van het Belvédère. Het bunkercomplex onder het duin is trouwens een aantal jaar terug nog éénmaal open geweest, en daarna permanent ontoegankelijk gemaakt. En over ontoegankelijkheid gesproken: mocht je ooit het snode plan hebben je eigen onderkomen te laten blurren. Wees gewaarschuwd:

[Klacht op klacht.nl, gericht aan Google] “Omstreeks 2011 heb ik mijn raam laten blurren. Het effect was dat zij mijn hele huis geblurred hebben en dat het lijkt of er een crimineel woont! Dit was niet de bedoeling. Ik heb Google gevraagd om het ongedaan te maken. Dit is niet gehonoreerd, want eenmaal geblurred is altijd geblurred.”

Juf werkt zich suf

Ruim 40.000 leraren verzamelden zich vanmiddag op een winderig en blubberig Malieveld om het kabinet op te roepen meer te investeren in het onderwijs. Extra personeel, een hoger salaris en meer waardering voor het vak, was waar ze om vroegen. De sfeer was goed. Maar het geluid wat timide. “Misschien moet het onderwijs maar een multinational worden”, werd er geschertst. “Dan worden we tenminste door de regering gezien, krijgen we aandacht en bonussen. En o ja, dan mogen we ook nog ongestraft de belasting ontduiken.” Mogelijk zat daar de kneep. Dat het onderwijzend personeel vandaag de dag te braaf is. Natuurlijk stonden er bevlogen mensen in de modder en op het podium. Maar niet alle speeches overtuigden, niet alle spandoeken waren raak. En ook Dolf Jansen in de rol van presentator, grapte er nogal eens naast. Het vuur van de jongeren die een maand geleden op dezelfde plek de klimaatmars liepen ontbrak. Maar je zou het natuurlijk ook zo kunnen zien: in al hun makheid raakten de docenten exact de kern van het probleem. “Volledig uitgeteld, maar toch op het Malieveld!”

Een jaartje wel

Schandalig weinig dit blog onderhouden afgelopen jaar, dus daarom hoog tijd voor een goedmakertje in een jaaroverzicht. Het was me een jaartje wel. Met meerdere grote hoogtepunten en een enkel dieptepunt was het dynamisch, onstuimig, aangrijpend, overdonderend. Ik heb dus een eigen fotoboek over Scheveningen uitgegeven en ben in één jaar tijd een tja, soort van lokale beroemdheid geworden. Een BH’er, volgens vrienden. De Bekende Hagenaar. “Moeten we je handtekening al vragen?” vroegen buren in de straatapp zich af. “We komen je overal tegen!” In het AD, in Den Haag Centraal, de Posthoorn, de Scheveningse media, bij Omroep West, waar niet? Ja, dat was heel eervol. Vrijwel alle Haagse media hadden de boekpresentatie en even later ook de expositie in de Centrale Bibliotheek prachtig opgepakt. Maar het wás natuurlijk ook bijzonder, van de ene op de andere dag uitgever worden en jezelf in het medialandschap zetten. En hartverwarmend was het ook, alle familie, vrienden en bekenden die bij de belangrijkste presentaties aanwezig waren en zo lief waren een of meerdere boeken aan te schaffen.

Foto: Jurriaan Brobbel
Bij de opening van de expositie in de Centrale Bibliotheek, foto: Jurriaan Brobbel

Natuurlijk ging niet alles van een leien dakje. Verkoop van boeken blijft lastig in digitale tijden, zeker van fotoboeken die mensen al in de winkel uitgebreid kunnen doorbladeren. Het streelde me te zien hoe beduimeld de inkijkexemplaren bij de grote boekhandels er na een paar maanden uitzagen. Maar het bracht geen klinkende munt in de uitgeversbeurs. Veel Scheveningse hotels en bedrijven toonden in eerste instantie interesse, maar trokken zich uiteindelijk toch terug, want “er stonden mensen op de foto’s”. Dat hadden ze liever niet. Ook de gemeente en het feestcomité van 200 jaar Scheveningen Bad verdienden geen lintje voor hun kastje-naar-de-muur-strategie. De beste verkoop vond plaats via mijn eigen netwerk en in kraampjes op Scheveningen zelf. Alleen werkten de weergoden niet altijd mee. Op Vlaggetjesdag werden we met kraam en al bijna de Eerste Haven ingeblazen, en tijdens een braderie hoogzomer volgde de ene wolkbreuk de andere op en sneuvelden diverse boeken.


Ringen aan Zee, kunstwerk voor Feest aan Zee, 200 jaar badplaats

Intussen bleef ik veel op Scheveningen fotograferen, met het Historisch Festival als hoogtepunt. In de loop van het jaar kwam daar nog een bijzonder doel bij. Samen met drie andere Haagse fotografen ben ik gevraagd in het voorjaar en zomer van 2020 te exposeren in museum Panorama Mesdag. Waar het beroemde doek in de bovenzaal het Scheveningen anno 1881 laat zien, gaan wij in de benedenzalen het Scheveningen anno nu verbeelden. Ik kijk hier erg naar uit!

De media-aandacht hield trouwens niet op na de lancering van het boek. Exact één dag na de officiële boekpresentatie in de Waterreus, ging ’s avonds de telefoon. Het was de secretaris van het Fotofestival aan de Maas die mij liet weten dat ik samen met 40 andere fotografen was geselecteerd om te exposeren in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, tijdens het festival. Hiervoor had ik geen Scheveningenfoto’s, maar de serie ‘Hollandse Meesters‘ ingezonden. En zo volgden mijn groupies mij in het voorjaar van de ene opening naar de andere.


Genomineerde foto’s bij de Spider Awards

Vorig jaar was ik gestart met de vakopleiding van de Fotoacademie. Die heb ik voorlopig stopgezet. Het viel niet te combineren met het Scheveningenproject en mijn baan. We zouden het bijna vergeten: ik heb er ook nog een gewone baan naast. Op fotografiegebied was het desondanks een rijk en leerzaam jaar. Ik ben vaker in opdracht gaan fotograferen, onder andere voor een VVE-bestuur uit Scheveningen dat graag havenfoto’s in hun entree zag, voor Ballet Barre Workouts, dat wilde dat ik de balletlessen fotografeerde, en voor Stichting Jeugdformaat, waarvoor ik momenteel werk aan een serie over kinderen die pleegzorg ontvangen. Ook publiceerde het Zuiderstrandtheater een van mijn foto’s van het gebouw paginabreed in hun nieuwe brochure, en viel ik wederom in de prijzen bij de ‘Spider Awards’, een internationale wedstrijd voor zwart-wit fotografie. Ook ben ik dit jaar vaker andere fotografen gaan helpen en adviseren om goede series te maken, wat ik een van de leukste dingen vind om te doen.


Experimenteren met lange sluitertijd en beweging

Om zelf ook verder te groeien in de fotografie, ben ik in september gestart met een werkgroep autonome fotografie bij fotoschool Statief in Utrecht. Met een portfolio van experimentele natuurfotografie bouw ik nu aan een autonome serie. Een heel ander soort fotografie dan ik voorheen maakte, abstracter, impressionistischer. Ik hou van het experiment. Tegelijkertijd maakt het me ook rusteloos. Ik zou me meer willen verdiepen in genres, maar de breedte van het vakgebied blijft lonken. Dat bleek ook weer toen ik in december een kleine week naar Venetië ging. Een verrukkelijke stad voor fotografen. Ik kon weer helemaal los op stadsfotografie, wat ik lang niet had gedaan.


De meest fotogenieke stad van Europa

Tot slot: BH’er zijn heeft af en toe een leuke bijvangst. Tot twee keer toe werd ik dit jaar benaderd door middelbare scholieren die een Haagse fotograaf moesten interviewen voor een schoolopdracht. Dat leverde vermakelijke interviews bij mij thuis op de bank op. En een paar weken terug werd ik zelfs benaderd door een studente van de Fotovakschool die een stageplek zocht. Of ze bij mij kon afstuderen.

En dan echt als allerlaatste: je kunt mijn boek tegenwoordig ook lenen bij de Haagse Bibliotheek. Sinds de zomer is het opgenomen in de vaste collectie van de vestigingen centrum en Scheveningen. En voor wie het liever permanent op zijn koffietafel heeft liggen: een eenvoudige bestelling via bol.com is nu ook mogelijk!

Frisse start

Ook dit jaar stonden er weer 10.000 bikkels klaar voor de traditionele Unox Nieuwjaarsduik, die inmiddels is uitgegroeid tot de grootste ter wereld. Zelfs National Geographic kwam ditmaal langs, om opnames te maken voor de nieuwe serie ‘Europe from above’. Misschien niet de beste timing, want de start was enigszins vals. Al voor twaalven begon een groep te rennen, die de rest met zich meetrok. Lichte chaos, ook onder de fotografen, maar het mocht de pret niet drukken. De inmiddels 60e editie van de Nieuwjaarsduik was weer een feestje en schonk Den Haag de nodige verkoeling na een vlammende nacht.

Klik op de foto’s voor een vergroting

Vreugdevuur

Het waren apocalyptische taferelen die zich in de nacht van 1 januari op Scheveningen afspeelden. Een schouwspel van Bijbelse proporties. Een toren die niet hoger mocht, niet hoger kon, maar toch hoger ging. Een straffe westenwind en toen: een ongekende vonkenregen, vuurtornado’s en een dorp dat wonderwel gespaard bleef. Fotografisch was het machtig, voor de toeschouwers ongekend, voor de bewoners onthutsend en verbijsterend. Terwijl aan de ene kant van de boulevard uitbundig op het nieuwe jaar werd geklonken, vlogen aan de andere kant daken, fietsen en auto’s in brand. Ook mijn eigen fiets heeft het niet overleefd: hij is voor mijn ogen in vlammen opgegaan. Voor het eerst fotografeerde ik dit jaar het Vreugdevuur. En misschien ook wel voor het laatst. De gemeente gaat zich bezinnen op de toekomst ervan. Ik ga mij ook maar eens bezinnen. Op een vonkende schadeclaim.

Historisch feest

Een middagje vol nostalgie op het Scheveningse strand afgelopen zaterdag. Ruim 10.000 bezoekers, 150 figuranten in historische kostuums en een strakblauwe lucht maakten het Historisch Feest aan Zee tot een gedenkwaardig evenement. Groots en in stijl werd 200 jaar badplaats gevierd in goed gezelschap van een flink aantal Scheveningse notabelen die statig flaneerden tussen alle badmannen, schelpenvissers, haringventers en nettenboetsters. Hoogtepunt was de presentatie van een replica van de Zeilwagen die Simon Stevin rond 1600 bouwde voor de toenmalige prins Maurits, om zijn gasten te vermaken. In 1602 ging de eerste tocht van Scheveningen naar Petten in Noord-Holland, dwars over het strand. Een spektakel waar tout Nederland over sprak.

historisch-feest-aan-zee-scheveningen-2018

historisch-feest-aan-zee-scheveningen-2018

historisch-feest-aan-zee-scheveningen-2018

historisch-feest-aan-zee-scheveningen-2018

historisch-feest-aan-zee-scheveningen-2018

historisch-feest-aan-zee-scheveningen-2018

historisch-feest-aan-zee-scheveningen-2018

historisch-feest-aan-zee-scheveningen-2018

historisch-feest-aan-zee-scheveningen-2018

historisch-feest-aan-zee-scheveningen-2018

En wie nieuwsgierig is naar foto’s van het hedendaagse Scheveningen: mijn eerste fotoboek ‘Scheveningen, badplaats in beeld‘ is nu te koop en op voorraad bij een groot aantal Haagse boekwinkels en museumwinkels.

City Pier Night Walk

Een Haagse primeur afgelopen vrijdagavond. De allereerste City Pier Night Walk als opwarmertje voor de CPC-loop. Vanaf het Malieveld dwars door de historische binnenstad richting Scheveningen, een tocht van 10 kilometer. Tweeduizend lopers konden zich inschrijven, en die inschrijving zat binnen mum van tijd vol. Want wandelen, daar houden we wel van! En als we onderweg dan ook nog getrakteerd worden op live muziek, warme drankjes en soep, dan zit de sfeer er al snel goed in. Ook als het weer niet helemaal mee zit. Een fotoverslag (met video) van een geslaagde avond.


Gezellige drukte bij de start van de inschrijving. Iedereen krijgt een stempelkaart en lampje voor onderweg mee.


Wachten op het startschot. Om 19:00 uur vertrekken de eerste wandelaars.


Lampjes, lichtjes en slingers. Hoe meer hoe leuker. Volgend jaar nog feestelijker.


Door de historische binnenstad gaat de route naar Scheveningen.


Muzikale intermezzo’s onderweg brengen de sfeer er goed in.


Dwars door de Scheveningse bosjes. Deze avond met vuurspuwers en spookachtig verlichte bomen.


In de Keizerstraat speelt een Shanty-band. Die weten het publiek wel mee te krijgen. Bekijk de video maar!


Na ruim twee uur wandelen aan zee beland. Droog wil het nog niet worden. Maar we zijn er bijna!


Eindpunt van de route zijn de 20 zandringen aan zee van Bruno Doedens. De laatste paar honderd meter gaan over de heuvels.


En dan is de finish in zicht en is er voor iedere deelnemer een verdiend aandenken. Volgend jaar weer!

 

Badplaats in beeld

In Den Haag kan niemand er meer omheen. Na twaalf maanden Mondriaan dient een nieuw jubileumjaar zich aan: Feest aan Zee. In 2018 vieren we dat Scheveningen-bad 200 jaar bestaat. Een jaar vol tentoonstellingen, exposities, workshops en activiteiten rondom de zee. Maar bovenal: een jaar vol vertier, want dat is toch waar Scheveningen voor staat. Maar hoe begon dat eigenlijk, destijds in 1818? Hoe werd Scheveningen van vissersdorp aan zee een badplaats van allure? Daarvoor moeten we aankloppen bij Jacob Pronk, Schevenings reder en koopman die aan het begin van de 19e eeuw wel brood zag in een Hollandse badcultuur. Wat landen als Frankrijk en Engeland deden – florerende kuuroorden creëren voor de bon ton – dat moest Nederland toch ook kunnen? Den Haag had nota bene een gegoede burgerij en Scheveningen een prachtig strand. Het duurde ruim tien jaar voordat Pronk het gemeentebestuur had overtuigd, maar toen kwam het er eindelijk: het eerste badhuis van Scheveningen, in 1818. Een houten optrek in de duinen, met vier badkamers en enkele badkoetsen. Ver bij de haven vandaan, zodat de welgestelde badgasten zich niet onder het vissersvolk hoefden te begeven.

Badhuis van Jacob Pronk
Badhuis van Jacob Pronk. Tekening: Roelof van der Meulen

Het badhuis floreerde en dat legde de gemeente geen windeieren. Binnen twee jaar kreeg Pronk subsidie om zijn houten badhuis te vervangen door een stenen pand en een weg aan te leggen van het dorp naar zijn trekpleister. Intussen kwamen er steeds meer buitenlandse gasten. Dat was goed voor de inkomsten, maar er was wel één dilemma: er was nauwelijks overnachtingsmogelijkheid op Scheveningen. En zo gebeurde het dat de gemeente Den Haag nauwelijks tien jaar na de opening van het eerste badhuis Pronk al uitkocht en zélf een Stedelijk Badhuis annex hotel bouwde op de plek waar nu het Kurhaus staat: het Grand Hôtel des Bains.


Stedelijk Badhuis. Gravure

Dit Stedelijk Badhuis bleef ongeveer 60 jaar bestaan, totdat ook dit niet meer voldeed aan de eisen van het mondaine, internationale publiek dat er in de zomermaanden vertoefde. Groter en luxer moest het en dus werd rond het fin de siècle het eerste ontwerp van het Kurhaus gemaakt. Groots, chic en spectaculair verrees het in 1885 op de plek van het Stedelijk Badhuis. Het stond er nauwelijks een jaar of het werd door een grote brand totaal verwoest. Binnen een jaar werd echter een nieuw Kurhaus uit de grond gestampt en ging Scheveningen zijn meest glorieuze jaren ooit tegemoet.

Kurhaus 1885
Ontwerp van het Kurhaus. Tekening E.E.J. Tjeenk Willink

En dan zijn we met een grote sprong meer dan 100 jaar verder en is Scheveningen nog steeds de bekendste badplaats van Nederland. Niet meer zo statig en deftig als een eeuw geleden, maar nog steeds een strand van naam en faam. En wat is bij een badplaats met zó’n rijke historie nu leuker dan ook eens het hedendaagse strandleven vast te leggen? En dan ken ik toevallig ook nog een fotograaf die dat heeft gedaan 🙂 Op heel verrassende wijze. Met trots presenteer ik hierbij mijn eerste fotoboek: ‘Scheveningen – Badplaats in beeld‘. Vanaf eind maart te koop in de Haagse boekhandels en nu al te reserveren via mijn website!

Boek Scheveningen Badplaats in beeld
Cover van het fotoboek ‘Scheveningen – Badplaats in beeld’

Een jaar in beeld

Het nieuwe jaar is al weer even gestart, en de jaarlijkse terugblik in beeld heeft op zich laten wachten. Maar hier is hij dan! Opnieuw was het een mooi fotografisch jaar, maar ook buitengewoon intensief. Aan het begin van 2017 besloot ik, naast mijn werk, te starten met de deeltijdopleiding van de Fotoacademie in Amsterdam. Een pittige studie, niet zomaar voor ‘even erbij’. Maar ik leerde veel en genoot vooral van het contact met mijn studiegenoten met wie ik na een volle lesdag standaard de kroeg indook om even stoom af te blazen. En zo kwam ik opeens heel regelmatig in Amsterdam. Wat weer eens wat anders opleverde dan Haagse plaatjes.

Nog maar nauwelijks gestart met de Fotoacademie, kreeg ik bericht van de Color Awards, een grote internationale fotowedstrijd, dat één van mijn ingestuurde foto’s een Honorable Mention had gewonnen, en drie waren genomineerd. Dat was een goed begin van het jaar. Ik wilde mijn vleugels verder uitslaan en volgde in het voorjaar een cursus ‘Kinderfotografie’ bij Carla Kogelman, die met haar eigen documentaire fotografie – vaak ook over kinderen – grote internationale prijzen heeft gewonnen. Een een ander leuk nieuwtje was dat het gerenommeerde fotografietijdschrift Focus twee van mijn museumseries had uitgelicht in een kort artikel in hun blad.

Op de Fotoacademie stond het eerste jaar volledig in het teken van zwart-wit. Dat was even wennen, omdat ik echt heel veel van kleur in een foto houd. Soms leverde het frustratie op, en soms onverwacht mooie beelden, zoals deze foto: Zuidelijk havenhoofd.

Intussen kon je in Den Haag er niet omheen: 2017 was het jaar van Mondriaan en De Stijl. Ik was regelmatig in het Gemeentemuseum te vinden, waar een mooie overzichtstentoonstelling was van Mondriaans werk en leven. En ik voegde zo weer aardig wat foto’s toe aan mijn museumserie.

Tegen de zomer volgde de uitslag van de jaarlijkse fotografiewedstrijd van Lavifoto, de Haagse fotoclub waar ik lid van ben. Verleden jaar was al met een knipoog gezegd dat ik dit jaar maar niet meer mee mocht doen, omdat ik alle prijzen in de wacht sleepte. Tja, ze hadden een vooruitziende blik… Ook dit jaar won ik 4 prijzen (thema ‘fiets’, thema ‘vrij’, thema ‘spreekwoorden en gezegden’ en de ‘publieksprijs’).

Vroeg in de zomer maakte ik kennis met een aantal enthousiaste straatfotografen uit de Facebookgroep ‘Streeteye‘. We organiseerden een leuke meet & greet in Amsterdam. En voor je het weet ben je als fotograaf vereeuwigd op een straatfoto van een ander (foto: Fokko Muller).

Intussen was ik veel op Scheveningen te vinden. Ik had plannen voor een fotoboek over Scheveningen Bad, dat nota bene in 2018 200 jaar zou bestaan. De aanleiding kon niet mooier zijn. En zo toerde ik in de zomer op elk vrij moment óf naar mijn ouders in Rotterdam die midden in een verhuizing zaten, óf richting strand om zoveel mogelijk foto’s te kunnen verzamelen.

Scheveningen was een prachtig project, maar soms wat eenzaam. Daar kwam verandering in toen ik Merel Schoneveld en Giedo van der Zwan op het strand ontmoette. Twee Haagse fotografen met dezelfde passie voor het fotograferen van het leven op straat. We trokken enkele weekenden samen op en leerden van elkaar.

Ik stuurde foto’s op naar de Lens Culture Street Photography Awards, een grote internationale straatfotografiewedstrijd. Tot mijn grote verrassing plaatste de redactie een van mijn ingezonden foto’s (‘dame met roze hoed’) bovenin hun nieuwsbrief.

Een andere opsteker volgde kort na de zomer. Het Haags Gemeentemuseum had een oproep gedaan om op Instagram foto’s in te sturen van het hedendaagse Haagse stadsleven. De 10 beste zouden in het museum worden geëxposeerd, naast een bestaande tentoonstelling over het 19e eeuwse stadsleven in Amsterdam en Den Haag. Een van mijn foto’s werd uitgekozen en prijkte in oktober op groot formaat aan een museumwand.

In het najaar startte ik met een nieuwe fotocursus. Eigenlijk was het onverantwoord, ik had al zo weinig vrije tijd met de Fotoacademie naast mijn werk, maar ik miste op de academie de straatfotografie en wilde graag meer over dit genre weten. En zo belandde ik om de andere dinsdagavond in de klas van Rens Horn, die een mooie lessenreeks over de geschiedenis van de straatfotografie verzorgde bij de SKVR in Rotterdam.

Rond deze tijd kwam ook de uitslag van de Spider Awards, een grote internationale zwart-wit fotowedstrijd. Net als afgelopen jaar ontving ik weer enkele ‘nominaties‘ waar ik blij mee was.
De herfst deed zijn intrede, ik startte met een nieuwe baan en er was niet veel tijd meer voor vrije fotografie. Maar soms krijg je kansen als fotograaf die je moet pakken. Zoals die avond dat ik na een lange studiedag uit Amsterdam terugkwam, over het Lange Voorhout naar huis fietste en daar het mooiste schouwspel zag dat ik ooit in de avond had gezien.

December, tenslotte, was de maand van de sneeuw. En van de circustenten op het Malieveld. Beide zeer fotogeniek. De tenten eveneens in kleur. En zo liep 2017 ten einde en gaat alle focus nu naar 2018, het feestjaar aan zee, waarin Scheveningen Bad 200 jaar bestaat, en waarin ik dan eindelijk mijn boek, in eigen beheer, zal uitgeven.