Straat

Ik wilde schrijven over de straat. Dat ik gisteren naar Amsterdam ben geweest voor een cursus straatfotografie. Dat ik me daar vrij kon bewegen, me midden onder de mensen kon begeven. Onbevangen in de metro stappen, een café ingaan om te schuilen voor de regen. Het kon. Terwijl in een andere hoofdstad, 200 kilometer verderop, het dagelijks leven volledig was lamgelegd.

Ik wilde schrijven over de dreiging, over kranten die slechts willen scoren met harde woorden. Over columnisten die roepen ‘laat je niet leiden door angst’ en afsluiten met een terrasje, terwijl hun hoofdredacteuren openen met oorlogsverklaringen. Over de media die ons voeden met haat. Over De Correspondent, die dat als enige niet doet en een eigen koers vaart. Zoals in dit goede artikel. Of met de stelling dat het enige wat explodeerde na de laatste bom in Parijs, de goedheid van de mens was.

Ik wilde schrijven over kuddegedrag van mensen. Hoe gevaarlijk dat is. Dat het idioot is dat de hele wereld een Franse vlag over zijn gezicht plakt. Terwijl Franse gevechtsvliegtuigen honderden mannen, vrouwen, kinderen vermoorden in Raqqa, Syrië. Dat zeker de helft van al die vlaggen geplakt is omdat alle anderen vrienden dat ook deden. Dat dat misschien wel het meest beangstigend is.

Ik wilde schrijven over vandaag. Dat volgens hackerscollectief Anonymous de wereld op dit moment zou zijn vergaan. Met aanslagen in vijf landen tegelijk. Maar dat ook dat waarschijnlijk weer opgeblazen is. Dat de media daar nog beter in zijn dan IS: opblazen.

Maar mijn hoofd zit vol. Dus laat ik alleen mijn beelden zien. Opdat niet alleen de goedheid van de mens mag blijven exploderen. Maar vooral, en bovenal, zijn kunst.

Amsterdam straatfotografie (5)

Amsterdam straatfotografie (2)

Amsterdam straatfotografie (1)

Amsterdam straatfotografie (3)

Dagje Amsterdam

Geen stad in Nederland bij uitstek zo geschikt voor straatfotografie als Amsterdam. Een stad waar iedereen zo met zichzelf, zijn camera, zijn smartphone of selfiestick bezig is, of simpelweg opgaat in de adem van de grote stad, dat niemand de observerende camera in de gaten heeft.

Nou ja, bijna niemand dan. Soms word je toch gespot als fotograaf. Wordt een hoofd snel omgedraaid of volgt een boze blik. Mensen willen graag stralen op hun eigen selfies, maar niet in de lens van een onbekende.

Toch is dat de kunst van straatfotografie. Kijken, observeren, waarnemen en dan scherpstellen. Zonder dat de geportretteerden het in de gaten hebben. Wie zich bespied waant, gaat zich onnatuurlijk gedragen. Stopt met lachen, keert zich om. De fotograaf kent zijn trucjes, heeft geduld, weet als geen ander hoe hij zichzelf onzichtbaar moet maken. En schiet dan de foto’s. Precies in zijn straatje!

Oranje boven

Koningsdag in de hoofdstad met vriendin J. Als er één stad haar stad is, is het Amsterdam. Als er één stad mijn stad is, is het Den Haag. Ze mocht me overtuigen waarom ik voortaan Koningsdag in Amsterdam moest komen vieren. De treinreis ernaartoe zullen we buiten beschouwing laten (ik durfde mijn ogen niet te openen toen we al totaal volgepropt op tussenstation Leiden stopten – ik deed het wel – slechtste beslissing ooit).

Bij ons geen drankdag, maar vooral een eetdagje. We begonnen met hotdogs in het Vondelpark, werden overladen met roze koeken in het centrum, struinden langs verse broodjes mozzarella in de Jordaan en eindigden met tapas in de buurt van het Rijksmuseum. We liepen en fotografeerden. In de massa, uit de massa, in de massa, uit de massa. Tot we blaren op onze voeten hadden.

Vriendin J. heeft haar taak met verve verricht. Want ik zeg vanaf nu met de hand op het hart:

Bootjes op Amsterdamse grachten
… Dat de beste koningsfeestjes niet altijd in de meest koninklijke stad plaatsvinden

Amsterdamse grachten
…Dat mensen en bootjes kijken gewoon veel leuker is dan uren sjokken langs die vrijmarkten

Bootjes op Amsterdamse grachten
…Dat die grachten, tja die grachten, ach die grachten…. ik wil volgend jaar weer!

 

In gedachten

Mijn lunchwandelingen bestaan sinds kort uit een dagelijks rondje om de Hofvijver. Er zijn slechtere plekken om een frisse neus te halen. Aan de Korte Vijverberg heb ik een bankje gevonden: uit de wind en in de zon. Met onderstaand uitzicht.

Binnenhof en Hofvijver

Een prachtige plek om even afstand te nemen. Van nieuwe collega’s, die – hoe lief ze ook zijn – heel de dag door oorverdovend kakelen. Maar ook even afstand van het gewauwel op het Binnenhof zelf. Het laatste relletje, de PVV die maar beter niet naar de dodenherdenking kan komen, op advies van een oud-PvdA-kamerlid. Waar zijn we mee bezig? Aan de vooravond van 4 en 5 mei?

Ik was blij dat er vanavond een politica op de Dam stond die beter had begrepen waarom we gedenken. Ze hield een mooie toespraak, terwijl de avondzon een gouden gloed over de Amsterdamse binnenstad legde. ‘Vrijheid is allesbehalve vanzelfsprekend’. Treffender kan het bijna niet, in een wereld waarin het ene na het andere land in opstand komt om zijn vrijheid te bevechten.

Ik moest denken aan al die mensen die maandag nog stonden te juichen en te gillen. Ze waren blij met de dood. Bin Laden had het verdiend. Ze gingen gewoon mee met de massa. Ik vind dat niemands dood een feestje waard is. Nu staan diezelfde mensen te rouwen op de Dam. Want ze zijn zo begaan met de dood.

Bij de kranslegging waren kinderen aanwezig. Terwijl iedereen gekleed was in stemmig blauw en zwart, droegen zij roze, en rood en oranje. Onderscheidend, niet mee met de massa. De binnenstad kleurde nog vuriger goud.