Stille zaterdag

Wie had dat een paar maanden geleden ooit kunnen bedenken? Dat ik op een mooie zaterdagochtend rond tien uur volledig alleen op het Haagse Binnenhof zou zijn? En niet een minuutje alleen, maar vijftien lange minuten, terwijl er slechts heel af en toe een fietser van de ene poort naar de andere rolde. Geen beveiligers, geen marechaussee, geen journalisten, maar bovenal: geen toeristen. Gewoon helemaal niemand. Ik ben op de trappen van de Ridderzaal gaan zitten en heb enkel gekeken. Naar al die verschillende bouwstijlen op, naast, door en onder elkaar, die samen een vreemdsoortige, maar toch wonderlijke eenheid vormen. En ik heb gemijmerd. Gedacht aan al die historische momenten die zich daar voor mijn neus in de loop van vele jaren hebben afgespeeld. Van de onthoofding van Van Oldenbarnevelt op krap een meter bij mij vandaan tot en met de vele woelige protesten waarbij het hele plein werd bezet in jaren dat dat nog was toegestaan. En nu was er alleen stilte, volledige stilte. En een prachtig blauwe lucht. En ondertussen besefte ik dat we ook nú weer geschiedenis aan het schrijven zijn. Ook deze periode gaat in de archieven komen. Een Binnenhof zonder Japanners, Chinezen en selfiesticks, met slechts één fotografe die op de mooiste zaterdag in de maand het hele rijk voor haar alleen heeft.

Binnenhof zonder mensen
Binnenhof zonder mensen
Binnenhof zonder mensen
Helder en laag water in Hofvijver tijdens coronacrisis
Extreem helder water in de Hofvijver; ook staat het zeer laag.

Lonely planet

Na drie jaar intensief fotograferen op Scheveningen, een boek over de badplaats en meerdere exposities, leek het me een goed plan de bakens eens te verzetten. De blik een andere kant op, de focus op iets nieuws. Het lot besliste echter anders. Na bijna twee weken thuiszitten en bijkomen van alle wereldveranderende gebeurtenissen, van ups and downs, van een lege agenda, een lege portemonnee (het komt goed!) en een vol hoofd, voelde ik opeens een enorme drang opnieuw naar het strand te gaan om deze periode, deze nu al historische tijd, vast te leggen in al zijn eenzaamheid en verstilling. De badplaats anno nu is alsof je een schilderij van Hopper binnenstapt. Alsof je je in een parallelle werkelijkheid bevindt. Onder een strakblauwe lucht staan tientallen strandtenten die afgelopen maand met man en macht zijn opgezet te vereenzamen in de warme voorjaarszon. Rood met witte afzetlinten blokkeren de opgangen, tafels en stoelen staan roerloos gestapeld in een hoek. Een enkele eigenaar pakt nog de kwast of schuurmachine om zijn inboedel een likje te geven, maar het voelt ijdel en vergeefs. De Pier en het reuzenrad zijn gesloten, de draaimolen gestopt met draaien en de meeuwen beginnen hun eigen ontlasting te eten. De zon schijnt uitbundig en toch wandelen maar weinig mensen over de boulevard. De restaurants zijn gesloten, de bankjes bijna verlaten. Een enkele wandelaar rust er uit, hoofd achterover in de zon, even de sores vergeten. De anderhalve meter afstand is geen probleem op een lege planeet. Een enkele kiosk is nog open, maar de verkoop is minimaal. De enigen die nog actief zijn, zijn de bouwvakkers die de boulevard gereed maken voor betere tijden. En die zullen er komen. Maar voorlopig is het stil, onwerkelijk stil op het strand.