City Pier Night Walk

Een Haagse primeur afgelopen vrijdagavond. De allereerste City Pier Night Walk als opwarmertje voor de CPC-loop. Vanaf het Malieveld dwars door de historische binnenstad richting Scheveningen, een tocht van 10 kilometer. Tweeduizend lopers konden zich inschrijven, en die inschrijving zat binnen mum van tijd vol. Want wandelen, daar houden we wel van! En als we onderweg dan ook nog getrakteerd worden op live muziek, warme drankjes en soep, dan zit de sfeer er al snel goed in. Ook als het weer niet helemaal mee zit. Een fotoverslag (met video) van een geslaagde avond.


Gezellige drukte bij de start van de inschrijving. Iedereen krijgt een stempelkaart en lampje voor onderweg mee.


Wachten op het startschot. Om 19:00 uur vertrekken de eerste wandelaars.


Lampjes, lichtjes en slingers. Hoe meer hoe leuker. Volgend jaar nog feestelijker.


Door de historische binnenstad gaat de route naar Scheveningen.


Muzikale intermezzo’s onderweg brengen de sfeer er goed in.


Dwars door de Scheveningse bosjes. Deze avond met vuurspuwers en spookachtig verlichte bomen.


In de Keizerstraat speelt een Shanty-band. Die weten het publiek wel mee te krijgen. Bekijk de video maar!


Na ruim twee uur wandelen aan zee beland. Droog wil het nog niet worden. Maar we zijn er bijna!


Eindpunt van de route zijn de 20 zandringen aan zee van Bruno Doedens. De laatste paar honderd meter gaan over de heuvels.


En dan is de finish in zicht en is er voor iedere deelnemer een verdiend aandenken. Volgend jaar weer!

 

Badplaats in beeld

In Den Haag kan niemand er meer omheen. Na twaalf maanden Mondriaan dient een nieuw jubileumjaar zich aan: Feest aan Zee. In 2018 vieren we dat Scheveningen-bad 200 jaar bestaat. Een jaar vol tentoonstellingen, exposities, workshops en activiteiten rondom de zee. Maar bovenal: een jaar vol vertier, want dat is toch waar Scheveningen voor staat. Maar hoe begon dat eigenlijk, destijds in 1818? Hoe werd Scheveningen van vissersdorp aan zee een badplaats van allure? Daarvoor moeten we aankloppen bij Jacob Pronk, Schevenings reder en koopman die aan het begin van de 19e eeuw wel brood zag in een Hollandse badcultuur. Wat landen als Frankrijk en Engeland deden – florerende kuuroorden creëren voor de bon ton – dat moest Nederland toch ook kunnen? Den Haag had nota bene een gegoede burgerij en Scheveningen een prachtig strand. Het duurde ruim tien jaar voordat Pronk het gemeentebestuur had overtuigd, maar toen kwam het er eindelijk: het eerste badhuis van Scheveningen, in 1818. Een houten optrek in de duinen, met vier badkamers en enkele badkoetsen. Ver bij de haven vandaan, zodat de welgestelde badgasten zich niet onder het vissersvolk hoefden te begeven.

Badhuis van Jacob Pronk
Badhuis van Jacob Pronk. Tekening: Roelof van der Meulen

Het badhuis floreerde en dat legde de gemeente geen windeieren. Binnen twee jaar kreeg Pronk subsidie om zijn houten badhuis te vervangen door een stenen pand en een weg aan te leggen van het dorp naar zijn trekpleister. Intussen kwamen er steeds meer buitenlandse gasten. Dat was goed voor de inkomsten, maar er was wel één dilemma: er was nauwelijks overnachtingsmogelijkheid op Scheveningen. En zo gebeurde het dat de gemeente Den Haag nauwelijks tien jaar na de opening van het eerste badhuis Pronk al uitkocht en zélf een Stedelijk Badhuis annex hotel bouwde op de plek waar nu het Kurhaus staat: het Grand Hôtel des Bains.


Stedelijk Badhuis. Gravure

Dit Stedelijk Badhuis bleef ongeveer 60 jaar bestaan, totdat ook dit niet meer voldeed aan de eisen van het mondaine, internationale publiek dat er in de zomermaanden vertoefde. Groter en luxer moest het en dus werd rond het fin de siècle het eerste ontwerp van het Kurhaus gemaakt. Groots, chic en spectaculair verrees het in 1885 op de plek van het Stedelijk Badhuis. Het stond er nauwelijks een jaar of het werd door een grote brand totaal verwoest. Binnen een jaar werd echter een nieuw Kurhaus uit de grond gestampt en ging Scheveningen zijn meest glorieuze jaren ooit tegemoet.

Kurhaus 1885
Ontwerp van het Kurhaus. Tekening E.E.J. Tjeenk Willink

En dan zijn we met een grote sprong meer dan 100 jaar verder en is Scheveningen nog steeds de bekendste badplaats van Nederland. Niet meer zo statig en deftig als een eeuw geleden, maar nog steeds een strand van naam en faam. En wat is bij een badplaats met zó’n rijke historie nu leuker dan ook eens het hedendaagse strandleven vast te leggen? En dan ken ik toevallig ook nog een fotograaf die dat heeft gedaan 🙂 Op heel verrassende wijze. Met trots presenteer ik hierbij mijn eerste fotoboek: ‘Scheveningen – Badplaats in beeld‘. Vanaf eind maart te koop in de Haagse boekhandels en nu al te reserveren via mijn website!

Boek Scheveningen Badplaats in beeld
Cover van het fotoboek ‘Scheveningen – Badplaats in beeld’

Een jaar in beeld

Het nieuwe jaar is al weer even gestart, en de jaarlijkse terugblik in beeld heeft op zich laten wachten. Maar hier is hij dan! Opnieuw was het een mooi fotografisch jaar, maar ook buitengewoon intensief. Aan het begin van 2017 besloot ik, naast mijn werk, te starten met de deeltijdopleiding van de Fotoacademie in Amsterdam. Een pittige studie, niet zomaar voor ‘even erbij’. Maar ik leerde veel en genoot vooral van het contact met mijn studiegenoten met wie ik na een volle lesdag standaard de kroeg indook om even stoom af te blazen. En zo kwam ik opeens heel regelmatig in Amsterdam. Wat weer eens wat anders opleverde dan Haagse plaatjes.

Nog maar nauwelijks gestart met de Fotoacademie, kreeg ik bericht van de Color Awards, een grote internationale fotowedstrijd, dat één van mijn ingestuurde foto’s een Honorable Mention had gewonnen, en drie waren genomineerd. Dat was een goed begin van het jaar. Ik wilde mijn vleugels verder uitslaan en volgde in het voorjaar een cursus ‘Kinderfotografie’ bij Carla Kogelman, die met haar eigen documentaire fotografie – vaak ook over kinderen – grote internationale prijzen heeft gewonnen. Een een ander leuk nieuwtje was dat het gerenommeerde fotografietijdschrift Focus twee van mijn museumseries had uitgelicht in een kort artikel in hun blad.

Op de Fotoacademie stond het eerste jaar volledig in het teken van zwart-wit. Dat was even wennen, omdat ik echt heel veel van kleur in een foto houd. Soms leverde het frustratie op, en soms onverwacht mooie beelden, zoals deze foto: Zuidelijk havenhoofd.

Intussen kon je in Den Haag er niet omheen: 2017 was het jaar van Mondriaan en De Stijl. Ik was regelmatig in het Gemeentemuseum te vinden, waar een mooie overzichtstentoonstelling was van Mondriaans werk en leven. En ik voegde zo weer aardig wat foto’s toe aan mijn museumserie.

Tegen de zomer volgde de uitslag van de jaarlijkse fotografiewedstrijd van Lavifoto, de Haagse fotoclub waar ik lid van ben. Verleden jaar was al met een knipoog gezegd dat ik dit jaar maar niet meer mee mocht doen, omdat ik alle prijzen in de wacht sleepte. Tja, ze hadden een vooruitziende blik… Ook dit jaar won ik 4 prijzen (thema ‘fiets’, thema ‘vrij’, thema ‘spreekwoorden en gezegden’ en de ‘publieksprijs’).

Vroeg in de zomer maakte ik kennis met een aantal enthousiaste straatfotografen uit de Facebookgroep ‘Streeteye‘. We organiseerden een leuke meet & greet in Amsterdam. En voor je het weet ben je als fotograaf vereeuwigd op een straatfoto van een ander (foto: Fokko Muller).

Intussen was ik veel op Scheveningen te vinden. Ik had plannen voor een fotoboek over Scheveningen Bad, dat nota bene in 2018 200 jaar zou bestaan. De aanleiding kon niet mooier zijn. En zo toerde ik in de zomer op elk vrij moment óf naar mijn ouders in Rotterdam die midden in een verhuizing zaten, óf richting strand om zoveel mogelijk foto’s te kunnen verzamelen.

Scheveningen was een prachtig project, maar soms wat eenzaam. Daar kwam verandering in toen ik Merel Schoneveld en Giedo van der Zwan op het strand ontmoette. Twee Haagse fotografen met dezelfde passie voor het fotograferen van het leven op straat. We trokken enkele weekenden samen op en leerden van elkaar.

Ik stuurde foto’s op naar de Lens Culture Street Photography Awards, een grote internationale straatfotografiewedstrijd. Tot mijn grote verrassing plaatste de redactie een van mijn ingezonden foto’s (‘dame met roze hoed’) bovenin hun nieuwsbrief.

Een andere opsteker volgde kort na de zomer. Het Haags Gemeentemuseum had een oproep gedaan om op Instagram foto’s in te sturen van het hedendaagse Haagse stadsleven. De 10 beste zouden in het museum worden geëxposeerd, naast een bestaande tentoonstelling over het 19e eeuwse stadsleven in Amsterdam en Den Haag. Een van mijn foto’s werd uitgekozen en prijkte in oktober op groot formaat aan een museumwand.

In het najaar startte ik met een nieuwe fotocursus. Eigenlijk was het onverantwoord, ik had al zo weinig vrije tijd met de Fotoacademie naast mijn werk, maar ik miste op de academie de straatfotografie en wilde graag meer over dit genre weten. En zo belandde ik om de andere dinsdagavond in de klas van Rens Horn, die een mooie lessenreeks over de geschiedenis van de straatfotografie verzorgde bij de SKVR in Rotterdam.

Rond deze tijd kwam ook de uitslag van de Spider Awards, een grote internationale zwart-wit fotowedstrijd. Net als afgelopen jaar ontving ik weer enkele ‘nominaties‘ waar ik blij mee was.
De herfst deed zijn intrede, ik startte met een nieuwe baan en er was niet veel tijd meer voor vrije fotografie. Maar soms krijg je kansen als fotograaf die je moet pakken. Zoals die avond dat ik na een lange studiedag uit Amsterdam terugkwam, over het Lange Voorhout naar huis fietste en daar het mooiste schouwspel zag dat ik ooit in de avond had gezien.

December, tenslotte, was de maand van de sneeuw. En van de circustenten op het Malieveld. Beide zeer fotogeniek. De tenten eveneens in kleur. En zo liep 2017 ten einde en gaat alle focus nu naar 2018, het feestjaar aan zee, waarin Scheveningen Bad 200 jaar bestaat, en waarin ik dan eindelijk mijn boek, in eigen beheer, zal uitgeven.

Nieuwjaarsduik

Uw fotoverslaggever was niet zo dapper als u misschien zou denken bij het zien van onderstaande foto’s. Zij liep met 3 medefotografen in haar dikste winterjas en voorzien van stevige bergschoenen tussen 10.000 bikkels die zich wel in hun blootje waagden. Chapeau (Unox-mutsje af) voor alle stoere duikers die – ondanks het aantrekkelijke zonnetje – een windkracht vijf met een gevoelstemperatuur rond het vriespunt trotseerden. De duik was een feestje. Het fotograferen ook! En wie nog niet overtuigd was van de wind aan zee vandaag, bekijk graag de laatste  seconden van dit filmpje van Omroep West op Facebook. Spectaculair!

Circus

Het was vrijdagavond en ik was zojuist met mijn zusje naar de bioscoop op het Buitenhof geweest. “Huisvrouwen bestaan niet”. Ondanks een totaal onhebbelijke titel, een heel vermakelijke film. We stonden buiten, het miezerde en de harde zuidwester maakte de gevoelstemperatuur er niet beter op. Het was heel erg tijd om naar huis te gaan. Maar ik had “ze” gezien. Onderweg naar de bioscoop. En ze lieten me niet los. Verre van dat. Ze trokken aan me, zo hard, dat ik op de Kneuterdijk mijn stuur rechtsom in plaats van linksom gooide en onverwijld koers zette richting Malieveld. De circustenten.

Echt, als iets mijn fotografenhart sneller doet slaan, zijn dat circustenten, pagodetenten of andersoortige punttenten. Ieder zijn gekte, zullen we maar zeggen. Maar dit waren niet zomaar tenten, dit waren exemplaren die letterlijk in de spotlights stonden en om de paar seconden van kleur veranderden. Die MOEST ik gewoon vastleggen. Er was geen voorstelling deze avond, maar wel iets anders gaande: het Top2000 live café. Met swingende muziek die ook buiten de tenten zeer goed te horen was. En zo banjerde ik in regen en wind door de enorme (lees: kolossale) modderplassen rondom het complex terwijl om mij heen Bruce Springsteen, Fleetwood Mac en Cyndi Lauper uit de luidsprekers schalden. “Girls just wanna have fun” terwijl ik blauwe vingers, natte voeten en een ijzige zuidwester trotseerde. Maar oh, de foto’s! De foto’s!

 

Klusje

De stortbak van m’n wc liep niet meer vol. Al wekenlang was ik gewaarschuwd met een anders dan anders geluidje na het doortrekken, maar ja, hij deed het gewoon nog. Dus why worry. Tot de dag dat de vlotter er echt de brui aan gaf. Merde!, dacht ik, een soortgelijk grapje kostte me vijf jaar geleden 100 euro en een loodgieter die na tien minuten weer buiten stond. “Tja, voorrijkosten, btw… Sorry mevrouw, maar dit zijn de tarieven”.

Dit gaat me niet nog een keer gebeuren, wist ik. En vrouwmoedig stortte ik me op alle YouTube filmpjes die ik maar kon vinden om deze kwestie te verhelpen. Wat niet echt meehielp was dat ik al snel ontdekte dat er 1) heel veel verschillende wc-systemen zijn (maar ik heb heel andere kraantjes en koppelingen, boehoe) en 2) dat niet alle klusjesmannen goed kunnen filmen en klussen tegelijk (ja, prachtig die wc-rollen in de hoek, schitterende tegels op je wc-vloer, maar zou je de camera nu even willen richten op de knop die ik los moet draaien?).

Afijn, uiteindelijk kwam ik erachter wat ik moest doen: het vlottermembraam vervangen. En dat zag er helemaal niet zo ingewikkeld uit. Stap 1: de gekartelde wartel losdraaien. Oh, kostelijke poëzie in het klusjargon. Gekartelde wartel. Voor nu en voor eeuwig mijn favoriet. Stap 2: naar de Gamma voor een nieuw membraampje. Stap 3: oude membraan eruit, nieuwe erin en de boel weer dichtdraaien. Kind kan de was doen. Ik wist zeker dat mijn vlotter nu weer zou werken, want het oude membraampje was op ongeveer alle plekken gescheurd waar hij maar kon scheuren, dus dat moest de boosdoener zijn. Dat mijn hele vlottersysteem eruit zag alsof het voor het laatst in 1940 vervangen was, daar had ik een zekere blinde vlek voor.

Tot ik de hele boel ging testen en de stortbak zich nog steeds niet vulde. Merde! Opnieuw. Wat nu? Het was volledig mijn eer te na om alsnog een loodgieter in te schakelen. Dus dook ik verder in de YouTube filmpjes. Die hadden geen goed nieuws. Als het wisselen van het membraam niet helpt en het kraantje naast de wc wel goed functioneert (dat deed-ie, dat had ik getest), dan moet de vlotterkraan zelf vervangen worden. Lees: het halve systeem dat zich in je stortbak bevindt. Hiervoor kunt u het beste een vakman inschakelen.

Klusgereedschap

Einde verhaal? Nee, mijn koppigheid is grenzeloos. Ik googelde of de Gamma ook vlotterkranen verkocht, of dat je hiervoor bij een groothandel moest zijn. Die hadden ze gelukkig. En zo zat ik een week later – na mijn wc eindeloos met emmertjes te hebben doorgespoeld – klaar met een forse set steeksleutels, waterpomptang en een nieuwe vlotterkraan zonder gebruiksaanwijzing (duidelijk niet voor de particuliere koper bedoeld). Ik ging het doen op mijn boerenverstand.

Kraan dicht en alles losdraaien wat er los te draaien valt. Foto’s nemen van de precieze volgorde van ringetje, ringetje, moertje, rubbertje, moertje. Tja, ik ken mezelf. Zo verrukt dat ik die laatste moer die al 30 jaar vastzat los heb gedraaid dat ik vervolgens de hele boel van overige rubbertjes en ringetjes op de grond laat kletteren en mijn god niet meer weet in wat voor volgorde ik ze terug moet zetten. Met een voor altijd druppelende kraan, of erger tot gevolg.

En zo wurmde ik alles los, verving ik de boel, en zette ik de hele rataplan daarna zo muurvast als ik het maar muurvast kon krijgen. Enigszins nerveus draaide ik vervolgens de kraan weer open, eerst een klein stukje – geen lekkage? nee geen lekkage – toen verder. En voor ik het wist vulde mijn stortbak zich weer tot de rand met water en verscheen er een triomfantelijke glimlach op mijn lippen. Klus geklaard. Loodgieter bespaard. Leve het internet.

Sterrenstof

De nacht zou vaker gefotografeerd moeten worden. Kijk, zou ik zeggen. Kijk! Het is donker, maar het is niet donker. Zie je wat ik zie? De laatste goudgele lindenblaadjes vlak boven je. Het licht van de lantaarntjes aan het Lange Voorhout. Kijk dan, magie in de lucht! Tinkerbell haar sterrenstof dwarrelt rond. Een Haagse sprookjeslaan. Kijk!

Strandoefening

Niets zo fijn als een beetje flexibiliteit op je werk. Iets later beginnen, iets langer doorwerken. En dan zomaar maandagochtend in de bus naar het strand om eindelijk – na al die jaren dat je al in Den Haag woont – de Prinsjesdag-strandoefening bij te wonen. De schrik- en lawaaitraining voor de paarden van de Cavalerie Ere-Escorte, zodat ze op Prinsjesdag niet spontaan het publiek induiken bij de eerste de beste knal of onverwachte beweging.
Maandagochtend naar het strand. Het voelde als heerlijk spijbelen. Tot ik tegenover het Kurhaus uit de bus stapte en prompt de hemelsluizen werden opengedraaid. Dat stond niet op het program. Gedeelde smart is echter halve smart; dat half Den Haag stond te klappertanden onder zijn poncho of paraplu beurde met enigszins op. Gelukkig trokken iets na tienen de donkerste wolken weg en bleef het de rest van de ochtend vrijwel droog. En dat leverde mooie plaatjes op.

strandoefening prinsjesdag scheveningen
Het publiek had maar één taak: zoveel mogelijk lawaai maken!

strandoefening prinsjesdag scheveningen
Rustig  blijven lopen na een rookbommetje

strandoefening prinsjesdag scheveningen
En ook na een schot met losse flodders

strandoefening prinsjesdag scheveningen
Trompetterkorps der Bereden Wapenen

strandoefening prinsjesdag scheveningen
Spectaculaire rookbommen

strandoefening prinsjesdag scheveningen
Paarden uit diverse Nederlandse maneges maken deel uit van de Ere-Escorte

strandoefening prinsjesdag scheveningen
Ook dat wordt getraind: netjes op een rij blijven

strandoefening prinsjesdag scheveningen
Door de rook met de vlag

strandoefening prinsjesdag scheveningen
In galop door het zand

strandoefening prinsjesdag scheveningen
Laatste rondje: zelfs de zon laat zich nog even zien

 

Koninklijk bezoek

Ooit begon het ‘Int Nordende’, aan de rand van het toenmalige Den Haag. Daar werd rond 1533 een middeleeuwse boerderij verbouwd tot een voornaam woonhuis, waar de weduwe van Willem van Oranje kwam te wonen. Nu, bijna 500 jaar later, ligt ‘Paleis Noordeinde’ al lang niet meer aan de stadsrand, maar is het nog steeds in koninklijke handen. En sinds afgelopen jaar eindelijk een aantal weken per jaar open voor publiek. En dat is een succes! Niet alleen het Paleis is te bezichtigen, maar ook de daarnaast gelegen Koninklijke Stallen. En de kaartjes zijn gewild. Verleden jaar lukte het niet om ze op tijd te bemachtigen. Dit jaar wel. Een klein fotoverslag.

De rijk gedecoreerde Indische Zaal, een cadeau van Nederlands-Indië voor het huwelijk van koningin Wilhelmina en Prins Hendrik in 1901. Met regelmaat worden hier kleine ontvangsten gehouden.

Eerste etage met deel van de Koninginnetrap. Een lichte, moderne ruimte, vergeleken met de overige zalen. Foto geleend van Google Streetview Paleis Noordeinde (aanrader voor wie zelf ook een kijkje binnenin wil nemen).

De eetzaal, geïnspireerd op de architectuur van Daniel Marot, met weelderig stucplafond. Ook nu vinden hier nog lunches en diners plaats.

Veel belangstelling voor het pas nieuw aangeschafte servies van de Koninklijke Familie.

De Puttizaal, ofwel de zaal van de honderden kleine engeltjes op de wand. Hier houden de koning en koningin hun wekelijkse stafoverleg.

De Groene Antichambre met marmeren schoorsteenmantel en portretten van 19e-eeuwse koninklijke telgen.

De Galerijzaal met vijf grote vorstenportretten, die eigenlijk bedoeld waren voor het Brusselse Paleis van Willem II. Ook spiegels in overvloed in alle zalen van het Paleis.

In de Koninklijke Stallen staan 32 paarden: 24 zwarte koetspaarden en 8 rijpaarden. De rijpaarden worden bereden door leden van het Koninklijk Huis. De koetspaarden worden dagelijks getraind door de koetsiers van het Staldepartement.

Hooibalen in de binnenmanege van de Koninklijke Stallen. De architectuur van de binnenmanege is geïnspireerd op de Spaanse rijschool in Wenen.

Borstelbeurt voor de schimmel, een van de 8 rijpaarden van de Stallen. 

Detail van de Crème Calèche. Dit half open rijtuig uit 1898 was het inhuldigingsgeschenk van koningin Emma voor haar dochter Wilhelmina. Het wordt alleen voor privéritten gebruikt.

Het Koninklijk Staldepartement is niet alleen verantwoordelijk voor de rijtuigen en paarden, maar ook voor alle andere ‘vervoersbewegingen’ van de Koning en zijn familie en gasten. Ook alle autoritten en vluchten worden hier gepland.

Windkracht 6

Even uitwaaien was het plan, afgelopen vrijdag eind van de middag. Dat pakte wel heel letterlijk uit. “Goh, stevig briesje”, dacht ik nog, op de fiets onderweg naar Scheveningen. Eenmaal op de boulevard werd ik bijna omver geblazen. Fascinerend, ieder keer weer, hoe de kust haar eigen klimaat heeft. Het meisje dat op haar skateboard voorbij komt, hoeft niets te doen. Ze wordt voortgestuwd door de wakkerende wind. De zee is ruw, het strand als een woestijn. Zand overal. Het is bikkelen, maar levert prachtige foto’s op. In zwart-wit deze keer, heerlijk dynamisch.