#tegen

“Het gaat maar door met die demonstraties hier in Den Haag!”, heb ik afgelopen maanden regelmatig verzucht. “Ik kan mijn tentje wel opzetten bij het Malieveld!” En alsof het zo moest zijn, is bij instituut ProDemos aan de Hofweg net een nieuwe tentoonstelling geopend over, tja: protesteren in Den Haag. ‘Tegen! 50 jaar demonstreren op en rond het Binnenhof’ toont iconische foto’s van demonstraties door de jaren heen. Boeren, klimaatjongeren, studenten, kruisraketten, abortus, AOW, Radio Veronica, alles komt voorbij. Inclusief schapen, koeien, olifanten en andere viervoeters die al dan niet tegen hun zin naar het Binnenhof werden gesleept.

Koeien op het Binnenhof
Koeien drinken uit de fontein van het Binnenhof, foto Rob Bogaerts, 25 mei 1989

De expositie is bijzonder, omdat er tegenwoordig niet meer op het Binnenhof geprotesteerd mag worden. Maar ook omdat ze aanzet tot nadenken. Sommige dingen veranderen blijkbaar nooit, hoe hard mensen ook reuren en roeptoeteren. Een van de foto’s toont een grote demonstratie van zorgpersoneel uit 1989. Het onderschrift luidt: 16.000 verpleegkundigen en verzorgenden demonstreren op het Binnenhof tegen het beleid van staatssecretaris Dick Dees. Ze voeren actie voor minder werkdruk, een beter salaris en meer waardering voor hun werk (sec). Blijkbaar is er in 30 jaar tijd dus niets bereikt. Om droevig van te worden.

Tégen zijn is trouwens niet altijd even makkelijk. Dat bewezen afgelopen dagen wel alle naïeve influencers met hun #ikdoenietmeermee. Want als je ergens tegen bent, dan moet je het natuurlijk wel goed doen. En niet zo warrig als een Famke Louise die in Jineks tv-show vertelde dat ze helemaal niet tegen de coronamaatregelen is, maar tegen de teloorgang van de samenleving, waardoor Jinek zich oprecht afvroeg “of ze dan niet bij de verkeerde hashtag zat?”. Overigens vinden niet alleen Famke en haar medevloggers dat ‘tegen’ ingewikkeld; ook redacties lijken er moeite mee te hebben. Je kunt tegen de coronamaatregelen zijn, toch? Vraag het maar aan onze influencers. Maar kun je ook tegen de anticoronamaatregelen zijn? Ja, nu wordt-ie lastig. Afijn, onderstaand fotobijschrift bij een recent NRC-artikel staat me toch een beetje, eh, tegen.


Terug naar de tentoonstelling. Een heel mooie expo, met maar één minpuntje. Er hing geen enkele foto van mij. Daar moet bij een nieuwe tentoonstelling, over 50 jaar, natuurlijk wel verandering in komen! Gelukkig heb ik voor mijn demonstratiefoto’s van de afgelopen maanden alvast een prachtig podium gekregen: vanaf het eerste weekend van oktober is in kunstcentrum Stroom een mooie selectie van mijn foto’s te zien die ik maakte in opdracht van het Haags Historisch Museum en het Gemeentearchief. In de groepstentoonstelling ‘Capturing Corona‘ toon ik hoe veelzijdig en divers de manifestaties rond het Binnenhof van 2020 waren. Volgende week bouwen we op. Welkom in de Roaring Twenties!

Politie te paard met scooter van Thuisbezorgd
Uit de serie ‘Roaring Twenties’, Politie te paard krijgt hulp uit onverwachte hoek tijdens verboden demonstratie van actiegroep Viruswaanzin op 28 juni 2020.

Zonder stroom

Donderdagavond. De regen slaat erbarmelijk tegen de ruiten. Het is guur en het waait stevig. Klaar om naar bed te gaan, poets ik mijn tanden in de keuken. Opeens: een flits in huis. En nog één. Onweer, denk ik. Maar toch gek, dat was al lang overgedreven. Of niet? Nou ja, het zal, tijd om te slapen.

Vrijdagochtend. Ik wrijf m’n ogen uit en loop naar de keuken om thee te zetten. Shit. Geen elektriciteit. Hoe kan dat nou? Welke stoppen springen er nou ’s nachts? Een rondje door het huis en de meterkast, en ik constateer al snel dat er geen enkele stop gesprongen is. Dat er niets geks te zien is aan kastjes en knoppen. Maar ook dat nergens stroom op staat. Shit nogmaals. Ik wilde van alles doen vandaag. En vooral achter m’n pc.

De elektriciteit eraf en alle stoppen dan maar vervangen. Je moet wat. Maar helaas zet ook dat geen zoden aan de dijk.
Oké, wat nu? Snel kleren aanschieten, tandenborstel door m’n mond en checken of de buren stroom hebben. Ja, dat hebben ze. Ik ben dus echt de pineut.

Right, we gaan iemand bellen. Maar wie? Een elektricien? Eneco? Stedin? Joulz? Ik heb geen flauw idee. Aangezien via de Eneco pas nieuwe bedrading in de meterkast is gelegd, lijkt me dat geen slecht idee. Maar ik word al snel teruggefloten door een dame op een bandje. Bij haar kan ik niet terecht. Zij is slechts van de abonnementen en energieprijzen. Ze hebben wel een storingslijn. Maar die is alleen bedoeld voor als heel je straat in het donker zit. In alle andere gevallen moet u zelf een vakman inschakelen. Nou, lekker dan, denk ik. En wat als er nou iets fout zit in jullie kastje?  Ik ga niet betalen voor een elektricien die spoedtarief rekent en me vervolgens weer naar Eneco doorverwijst. Ik haal diep adem en bel nogal gefrustreerd de storingslijn, die gelukkig gratis is.

De man van de storingsreceptie is tegen verwachting in buitengewoon vriendelijk. Alsof hij mijn spanning aanvoelt, maakt hij grapjes.
– “Waar woont u?”
– “Aan de Buijs Ballotstraat”
– “Ah, Buijs Ballot. Kijk eens aan. Staande met de rug naar de wind…hogedrukgebied…lagedrukgebied…noordelijk halfrond…zuidelijk halfrond. Ja, had u niet verwacht hè, dat ik u dat zomaar kon vertellen. Heb vroeger nog de Zeevaartschool gedaan. Ja, dat was wat! Want met talen was ik helemaal niks. Maar de Grote Vaart, dat trok me wel. Maar zegt u eens, wat is er precies aan de hand?”
– “Nou ik werd vanochtend wakker en…”
– “Ah, gelukkig maar dat u vanochtend wakker werd”

Ik moet grinniken en bedenk dat het maar goed is dat dit geen betaald nummer is. Grapjas concludeert dat waarschijnlijk mijn hoofdzekering stuk is, en belooft binnen 2 uur een monteur ter plaatse te hebben. Met een zucht van verlichting hang ik op.

Nog geen half uur later staat Patrick voor de deur. Jong, blonde stekeltjes, guitig bekkie. Hij zal het wel even oplossen. Maar hij heeft te vroeg gejuicht, want al snel ontdekt hij dat het probleem niet  alleen in mijn kastje zit, maar ook  in de primaire schakelaar. En die zit bij de benedenbuurvrouw. Die net een nachtdienst heeft gedraaid en met een paar stevige oordoppen een gat in de dag snurkt. Totaal ongevoelig voor rinkelende telefoons. En terwijl ik met alle kracht op haar ramen bonk en Patrick  een synchroon kleppershowtje geeft met haar brievenbus (wat een teamwork!), zinkt de moed me toch enigszins in de schoenen. Is er een monteur. Kan-ie nog niks.

Patrick weet het ook niet. Zegt dat-ie niet kan wachten tot mijn buurvrouw weer onder de levenden is. En dat ik dan maar opnieuw moet bellen als we haar huis in kunnen. En vertrekt.

Twee uur later heb ik opnieuw Grapjas van de storingsdienst aan de lijn. Hij belooft Hans te sturen. Binnen 2 uur zal-ie op de stoep staan.
En het moet gezegd: de service is goed. Opnieuw heb ik binnen een half uur iemand aan de deur. Hans is wat ouder, met een brilletje, en duikt met grote zaklamp in de meterkast van mijn buurvrouw die intussen wakker is. Hij vervangt een stop en er trekt een oorverdovende piep door het hele portiek. De stop knalt er vervolgens net zo hard weer uit als hij hem erin heeft geduwd. Hij probeert opnieuw iets, en de meterkast begint letterlijk te knetteren. Hans gromt en aan z’n gezicht te zien, ziet het er niet goed uit. Hij probeert nog wat dingetjes en concludeert dan gelaten dat dit helemaal niks wordt en dat de ploeg moet komen. “De ploeg?” Onwillekeurig moet ik aan een knokploeg denken. Maar nee, dit gaat om het elitecorps van de leverancier. Die mogen veel meer dan alleen zekeringen vervangen. Die zijn van het echte werk.
Joulz busjes
Een klein uurtje later arriveren Johnny en Hassan. Beiden in een eigen Joulz-busje. Je bent lid van het corps of niet. Johnny is de stoere bink. Met gouden oorringetjes, een spijkerbroek extreem laag op de heupen en stevige kistjes. Hassan heeft het nakijken. Letterlijk. Hij blijkt in de leer te zijn bij Johnny. Hassan wordt bij mij geïnstalleerd en Johnny heeft standplaats benedenbuurvrouw. De communicatie gaat over de mobiele telefoon.

– “Trek eens aan die draad”
– “Welke draad? D’r zitten hier vier draden”
– “Nee, die niet, die andere draad man!”
– “D’r gebeurt niks ”
– “Trek dan eens harder”
– “Ik weet het niet hoor”
– “Beweegt er nou wat?”
– “Nee man. D’r gebeurt echt niks”
– “Laat maar. Kom wel naar boven”

Ook Johnny en Hassan hebben het niet makkelijk. Er zijn te veel draden. En ze zitten ook nog eens muurvast. En dan trekt Johnny zo hard, dat er eentje breekt. Maar dat was misschien niet de draad die ze moesten hebben. Dus is er stress. En chaos. En eigenlijk willen ze de halve muur wel openen. Maar dat durven ze niet aan. En opeens vind ik die knokploeg nog niet eens zo’n heel gekke associatie. ..

Intussen is het al ver over het middaguur en zijn we nog geen stap verder. Ik kan nog steeds niks doen in huis, maar kan ook niet weg. Er wordt besloten dat er hulptroepen ingeschakeld moeten worden. Yusuf moet de boel komen redden. Terwijl Johnny en Hassan enigszins terneergeslagen een sigaretje roken op de portiektrap, wordt Yusuf ontboden. “Eigenlijk doen we het natuurlijk het liefst zelf”, benadrukt Johnny. “Maar als wij het ook niet meer weten, kunnen we hem nog altijd vragen”.
En zo tuft om even over drie uur ’s middags het 5e Joulz-wagentje van die dag de straat in. Yusuf blijkt een wat oudere Turkse man te zijn die zijn vak verstaat. En zijn pappenheimers kent. Hij blijft rustig, zet zijn mannen aan het werk, instrueert en controleert.

En dan komt uiteindelijk die draad die muurvast leek te zitten tóch los. En kan er een nieuwe draad in om mee te testen. En als Hassan boven en Johnny beneden de nieuwe draad hebben vastgezet en concluderen dat deze wél gewoon stroom geleidt, kunnen ze  eindelijk weer een beetje met elkaar lachen en geinen. “Waarschijnlijk een fabricagefout”, zegt Yusuf. “Kans van 1 op de paar duizend.”

En dan, o wonder boven wonder, heb ik aan het einde van de middag weer gewoon verlichting en een werkende waterkoker.
En internet, om dit verhaaltje te typen en schoorvoetend toe te geven dat ik zo blij was dat ik weer stroom had, dat ik niet heb durven vragen voor wie nu de kosten zijn van 5 monteurs in 5 busjes. En wie dat gaat betalen…

De namen zijn gefingeerd