Showtime

“Het landschap steelt de show in de allermooiste fotoboeken van het jaar”, kopte de Volkskrant afgelopen week. Dat was leuk om te lezen voor deze fotografe die graag met haar camera door het groen en langs de kustlijn trekt. En alsof het zo moest zijn, werd onlangs ook een landschapsfotografe uitgeroepen tot kunstenaar van het jaar 2020: de Drentse Saskia Boelsums die in oktober haar indrukwekkende boek ‘Landscape Photograhpy‘ uitbracht en internationaal hoge ogen gooit met haar fotografie in de stijl van de oude meesters.
Het is niet moeilijk om een mooie landschaps- of natuurfoto te maken. Met goed licht en een goed standpunt lukt dat iedereen. Het internet staat er vol mee. De kunst is een foto te nemen die origineel is, die opvalt in de massa, die verrast of ontroert. Boelsums kan dat heel goed. En ik werk er hard aan dat ook te kunnen. “Ik vind jouw herfstfoto’s echt bijzonder”, fluisterde vriendin M., een niet onverdienstelijk fotografe, me onlangs in. “Ik weet gewoon niet hoe je dat doet. Als ik in het bos loop zie ik alleen maar bomen en niks interessants. Jij ziet dingen echt anders.”
Tja, het bos in de herfst. Wat was het mooi dit jaar! Elke middagpauze ben ik even het Haagse Bos ingesneakt. De kleuren waren overweldigend. Het lage licht ook. Ik kan me niet herinneren dat ik eerder zo’n mooie, lange herfst heb meegemaakt met zoveel tinten oranje en bruin. Een cadeautje waren de foto’s. Met een strikje eromheen staan ze opgeslagen op mijn harde schijf. Voor het allermooiste fotoboek. Ergens. Ooit.

 

Badplaats in beeld

In Den Haag kan niemand er meer omheen. Na twaalf maanden Mondriaan dient een nieuw jubileumjaar zich aan: Feest aan Zee. In 2018 vieren we dat Scheveningen-bad 200 jaar bestaat. Een jaar vol tentoonstellingen, exposities, workshops en activiteiten rondom de zee. Maar bovenal: een jaar vol vertier, want dat is toch waar Scheveningen voor staat. Maar hoe begon dat eigenlijk, destijds in 1818? Hoe werd Scheveningen van vissersdorp aan zee een badplaats van allure? Daarvoor moeten we aankloppen bij Jacob Pronk, Schevenings reder en koopman die aan het begin van de 19e eeuw wel brood zag in een Hollandse badcultuur. Wat landen als Frankrijk en Engeland deden – florerende kuuroorden creëren voor de bon ton – dat moest Nederland toch ook kunnen? Den Haag had nota bene een gegoede burgerij en Scheveningen een prachtig strand. Het duurde ruim tien jaar voordat Pronk het gemeentebestuur had overtuigd, maar toen kwam het er eindelijk: het eerste badhuis van Scheveningen, in 1818. Een houten optrek in de duinen, met vier badkamers en enkele badkoetsen. Ver bij de haven vandaan, zodat de welgestelde badgasten zich niet onder het vissersvolk hoefden te begeven.

Badhuis van Jacob Pronk
Badhuis van Jacob Pronk. Tekening: Roelof van der Meulen

Het badhuis floreerde en dat legde de gemeente geen windeieren. Binnen twee jaar kreeg Pronk subsidie om zijn houten badhuis te vervangen door een stenen pand en een weg aan te leggen van het dorp naar zijn trekpleister. Intussen kwamen er steeds meer buitenlandse gasten. Dat was goed voor de inkomsten, maar er was wel één dilemma: er was nauwelijks overnachtingsmogelijkheid op Scheveningen. En zo gebeurde het dat de gemeente Den Haag nauwelijks tien jaar na de opening van het eerste badhuis Pronk al uitkocht en zélf een Stedelijk Badhuis annex hotel bouwde op de plek waar nu het Kurhaus staat: het Grand Hôtel des Bains.


Stedelijk Badhuis. Gravure

Dit Stedelijk Badhuis bleef ongeveer 60 jaar bestaan, totdat ook dit niet meer voldeed aan de eisen van het mondaine, internationale publiek dat er in de zomermaanden vertoefde. Groter en luxer moest het en dus werd rond het fin de siècle het eerste ontwerp van het Kurhaus gemaakt. Groots, chic en spectaculair verrees het in 1885 op de plek van het Stedelijk Badhuis. Het stond er nauwelijks een jaar of het werd door een grote brand totaal verwoest. Binnen een jaar werd echter een nieuw Kurhaus uit de grond gestampt en ging Scheveningen zijn meest glorieuze jaren ooit tegemoet.

Kurhaus 1885
Ontwerp van het Kurhaus. Tekening E.E.J. Tjeenk Willink

En dan zijn we met een grote sprong meer dan 100 jaar verder en is Scheveningen nog steeds de bekendste badplaats van Nederland. Niet meer zo statig en deftig als een eeuw geleden, maar nog steeds een strand van naam en faam. En wat is bij een badplaats met zó’n rijke historie nu leuker dan ook eens het hedendaagse strandleven vast te leggen? En dan ken ik toevallig ook nog een fotograaf die dat heeft gedaan 🙂 Op heel verrassende wijze. Met trots presenteer ik hierbij mijn eerste fotoboek: ‘Scheveningen – Badplaats in beeld‘. Vanaf eind maart te koop in de Haagse boekhandels en nu al te reserveren via mijn website!

Boek Scheveningen Badplaats in beeld
Cover van het fotoboek ‘Scheveningen – Badplaats in beeld’