Nieuwe buren

Wat doe je met nieuwe buren die de hele buurt terroriseren? Die niet praten, maar krijsen, die je om zes uur ’s ochtends al wakker maken met hun herrie? Die werkelijk overal hun rotzooi achterlaten? En die ervoor zorgen dat je nooit meer ontspannen in je tuintje kunt zitten?

Een kat in het nauw maakt rare sprongen. Maar bovenal creatieve.

Buurman linksvoor heeft z’n complete cd-verzameling naar het dak gebracht en aan een touwtje tussen twee schoorstenen gespannen. De nieuwe buren schijnen niet goed tegen geflikker te kunnen. Was alleen even vergeten dat zijn oude buren ook niet dagelijks op een discoparty in huis zitten te wachten. Was er toch bijna een nieuwe burenruzie geboren.

Buurman middenvoor is naar de Intertoys gesneld een heeft daar het grootste formaat waterpistool gekocht dat hij kon vinden. Mijn zesjarig neefje zou er stikjaloers op zijn. Rond etenstijd verschijnt hij als een Terminator op zijn balkon en geeft alle overlastgevers die in het vizier komen de volle laag.

Buurman rechtsvoor heeft vier forse, potige reuzenkraaien op z’n balkonrand gezet. Niet van echt te onderscheiden. Geen idee waar-ie ze vandaan heeft gehaald, maar ze doen hun werk. Op zijn balkon is al weken geen plaaggeest meer te zien. Terwijl bij de andere buurmannen de kwelling onverminderd voortduurt.

Sinds deze week hebben ze jongen. Nóg meer gesodemieter – hoor ik alle buren al verzuchten. Jongen die niet alleen met hand en tand, maar vooral met heftig gekrijs beschermd moeten worden. En ik geef ze groot gelijk, die buren van mij. Maar stiekem, heel stiekem, vind ik ze ook wel snoezig. Zo doddig en snoeperig, net uit het ei. Even buurman Terminator voor een paar weken uitschakelen.

Collage jongen meeuwen

Meeuw

Oké, ik geef toe. Het was maandagochtend, het was vroeg en ik was nog niet helemaal goed wakker. Maar wat daar voor mijn neus stond toen ik vanochtend de deur uitging was geen halve droom, maar levensecht: een heuse babymeeuw. Een pluizenkop die 20 portiektreden had beklauterd en mij met zijn kraaloogjes onwennig stond aan te kijken: wat doe jij nou hier?
Ja, beest, dat vroeg ik me nou ook af.  

Meeuw

Is de buurman soms een visje aan het bakken voor z’n ontbijt? Of ben je gewoon net zo’n nieuwsgierig ding als mijn aandachtskat?
Meeuw en ik keken elkaar langdurig aan. Meeuw plukte wat aan de deurmat van de buurvrouw, liep vertwijfeld een paar rondjes en liet toen een lekkere klodder achter z’n poten vallen. Toe maar! zei ik. En wie ruimt dat op? Meeuw voelde aan dat het tijd werd om te vertrekken. Maar de afdaling van 20 treden was lastiger dan de klim. Met z’n vleugels wijd om maar enigszins in evenwicht te blijven gleed hij al bonkend de portiektreden af.

Het was een koddig gezicht. Meeuw voelde dat ik hem stiekem uitlachte, maar liet zich niet kennen. Eenmaal beneden waggelde hij zo trots als een pauw rechtstreeks de straat op. Snavel in de lucht, babyborst vooruit en marcheren maar. Met z’n kop van links naar rechts knikkend naar alle fietsers die passeerden. 

Voor wie nog niet doorhad wie hier de baas was in de straat.