Adiós

Sail op Scheveningen kreeg deze week nog een aardig staartje. Het Colombiaanse opleidingsschip ARC Gloria meerde dinsdagochtend aan in de haven en bleef enkele dagen liggen voor bezichtiging. Gister vertrok het schip. Het afscheid duurde – op z’n Zuid-Amerikaans – wat langer dan gepland, maar dat deerde het publiek niet. Een mooie mengelmoes van Colombiaanse gemeenschap uit Den Haag, nieuwsgierige Scheveningers, langshobbelende toeristen en deze passerende fotograaf lieten zich het vertrek dat met veel muziek en ceremonieel vertoon gepaard ging bijzonder welgevallen. Uiteindelijk vertrok de driemaster in de vroege avond richting havenhoofd. Op de havenmond werd het langdurig uitgezwaaid door het toegesnelde publiek en tot mijn verrassing werd ik daar bijna emotioneel van. Ook al heb je geen persoonlijke band met de bemanning, het heeft iets tijdloos en universeels: een groot schip uitzwaaien dat koers zet naar zee. Zeker als de voltallige bemanning dan ook nog in de ra’s staat. Je waant je werkelijk een paar eeuwen terug in de tijd. Voor even was de geschiedenis van Scheveningen – uitvaren en niet meer terugkomen – verrassend dichtbij.

 

Storm

Het waaide niet een beetje hard, gisteren aan de kust. Het waaide ontiegelijk hard. Zo hard dat zelfs de fanatiekste kitesurfers zich niet meer in zee waagden. Zo hard dat het doek dat voor reparatie om de vuurtoren was gespannen, eraf was gewaaid. Zo hard dat je eigenlijk alleen maar met je rug tegen de wind in kon lopen. Achterstevoren van noord naar zuid. Maar ook zo hard dat het zand dat ijlings over de kustlijn werd geblazen zich in de meest geniale patronen verspreidde, als lichtende nevels die met oerkracht vooruit werden gestuwd. Oorverdovend. Oogverblindend. Wat een natuurfenomeen.

Vlaggetjesdag

Zacht, zilt en romig, zo moet een nieuw harinkje smaken. En dat deed hij dit jaar perfect! Vrijdag werden de eerste vaatjes aangeboden aan twee Haagse wethouders, waarna de traditionele haringparty aan de Tweede Haven losbarstte. Een gezellig feestje in vrij besloten kring. De dag erna, op Vlaggetjesdag, werd grootser uitgepakt. Zo’n 175.000 mensen bezochten Scheveningen om verse visjes te happen. En om natuurlijk niets te missen van het bomvolle programma met vaartochtjes, taptoe, vlootschouw, oude ambachten, shantykoren, poppodium en grote braderie. Vorig jaar stond ik er zelf met een kraam om mijn fotoboek over Scheveningen te verkopen en miste ik al het feestgedruis. Vandaag kon ik los, en niet alleen ik, maar ook twintig andere fotografen van mijn fotografencollectief ‘Streeteye’ die speciaal voor de gelegenheid mee naar Scheveningen waren gekomen. Was het gezellig jongens? Volgens mij weet ik het antwoord al.

 

Hartje hartje

Onlangs zat ik met vriendin B. in een café aan de warme pompoensoep met brood. Tussen de happen door liet ze doorschemeren dat ik weer vaker moest bloggen. Zonde dat ik niet meer schrijf. Ik vond dat ze helemaal gelijk had. De fotografie slokt me al een flink aantal jaar op. En dat is vaak een zegen, maar soms ook een vloek. Een uit de hand gelopen hobby die veel moois heeft gebracht, maar ook veel tijd afknibbelt van andere zaken die ik óók belangrijk vind. Zoals pas op de plaats rust in plaats van weer ergens naartoe hollen en met 200 foto’s thuiskomen. Vriendin B. wist het mooi te brengen. “Je kunt zo goed schrijven over kleine, alledaagse dingen. Dat ik denk: hoe kun je daar nu een verhaal van maken? Maar jij doet het gewoon.” En terwijl ik mijn laatste restje soep naar binnen slobberde plukte ze en passant ook nog even de Aafs en Sylvia’s van deze wereld uit de lucht.

Ja, ruimte maken om weer te schrijven. Het trekt me steeds meer. Fotografie is een snel medium geworden, een extravert medium ook. Klik, share, klik, share, klik, share. Ik ben niet zo van het haastige en extraverte. En hét allesbepalende podium voor fotografen maakt het er ook niet beter op. Instagram, o, Instagram. Het grote profileerplatform is in wezen een belabberde tool zonder enige diepgang die gebruikers verslaafd maakt aan comments en likes en dagelijks bakken met beeldenbrij over je uitstort (hoe verwerk je dat allemaal?). Een medium waarbij je geacht wordt slechts te communiceren in termen als ‘amazing’ (handjeklap handjeklap), ‘terrific’ (hartje hartje) of “incredible”(vuurtje vuurtje) Maar tegelijkertijd is het een fantastisch medium om als fotograaf werk van andere fotografen te leren kennen en op een eenvoudige manier met hen in contact te komen. Vriendin M., bij wie ik onlangs op bezoek was voor een fotoshoot, vond me hip omdat ik Instagram gebruikte. Wat uit haar mond overigens een behoorlijk compliment was, want meestal steekt ze de draak met mijn behoudendheid (wat vijf tellen na het compliment ook gebeurde toen ze mijn oude paraplu zonder handvat in het gangportaal vond en me verkondigde dat ze nog nooit zo’n calvinistische paraplu had gezien, maar dat terzijde). Instagram dus. Ik vond mezelf niet bepaald hip toen ik er exact twee jaar geleden mee begon. Naar mijn idee zat inmiddels de hele wereld er al op, en was ik het achtergebleven fossiel dat ook nog even om de hoek kwam kijken. Dat bleek niet helemaal waar, maar tot een hartje hartje is het nooit gekomen.

pink broken hearts

Goed, terug naar de Haagse praatjes. Ga ik meer schrijven, minder fotograferen? Ik ga er in ieder geval mijn best voor doen. Maar met twee grote exposities in het vooruitzicht wordt het natuurlijk wel zoeken naar een balans. Misschien moet ik me – in navolging van alle slow trends in fashion en food – maar eens overgeven aan de slow photography. Niet meer met tweehonderd foto’s thuiskomen, maar met twintig, of tien. Zou me eindeloos veel schelen in het selectieproces. Of nog rigoureuzer: mijn Konica uit de kast opdiepen en weer ouderwetse rolletjes kopen. Kan ik me op Instagram mooi aansluiten bij de #analogclub of grossieren in #analogforever. Nieuwsgierig geworden? @sandra_uittenbogaart & @dit_is_scheveningen. Tja, een klein vuurtje vuurtje brandt er natuurlijk nog steeds.

Feestje

Onlangs vond ik in een fotoboek onderstaande foto van Eva Besnyö, een beroemde Hongaars-Nederlandse fotografe die begin 20e eeuw is geboren. De foto is gemaakt op Koninginnedag 1939 en toont vrouwen en kinderen in klederkracht bij een frietkraam in Westkapelle, Zeeland. Ik vind het een van de mooiste foto’s van Besnyö die ik ken. Het licht is fenomenaal, de grijsgradaties prachtig en lucht en zand geven de afbeelding een natuurlijk vignet. En dan die vraag: wat doet dat frietkot daar bovenaan de dijk, in the middle of nowhere? Stond het er altijd al? Is het speciaal voor Koninginnedag gebouwd?

Zeeuwse meisjes bij patatkraam in Westkapelle

Tachtig jaar later (nou ja, bijna dan, in 1939 viel de feestdag op 31 augustus, de verjaardag van Wilhelmina) is ook deze fotografe met de camera op pad. Op zoek naar licht, fenomenaal licht op een grauwe dag. Een Malieveld in plaats van een zeedijk. Kleur waar ooit zwart-wit was. Een leve de koning, in plaats van leve de koningin. Maar in wezen is er natuurlijk niets veranderd. Koningsdag is je verkleden, de slingers ophangen, een wit kantje, een gouden randje, een feestje – én een frietje waard!

Belvédère

In Den Haag is het groen nooit ver weg. En zelden ook erg druk. Sterker: in sommige parken en bosjes kun je rustig een kanon afschieten. Niemand die het merkt. Vandaag was ik in zo’n gebied. Eén van de allerstilste duingebiedjes van Den Haag, op de rand van Scheveningen. Geen kip te bekennen, nooit. Het draagt een statige naam: het Belvédère. Echt statig is het niet, en het uitzicht is evenmin heel ‘belle’. Het is vooral hoog, een van de hoogste duinen van Den Haag. En stil dus, maar dat had ik al gezegd. Vroeger was dat wel anders. Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog lag op de plek van dit duin een omvangrijk bunkercomplex, Widerstandsnest 311, een marinehoofdkwartier van waaruit alle West-Europese torpedoboten werden aangestuurd. Het bestond uit een centraal commandocentrum dat zowel bovengronds als ondergronds verbonden was met een groot aantal geheime ‘units’. En als onderdeel van de Atlantikwall stond er heel wat luchtafweergeschut opgesteld. Niks stilte dus. Een behoorlijk explosief gebied.


Belvédèreduin en Van Stolkpark, foto uit CE-Bodembelastingkaart gemeente Den Haag

 

Een dag geleden wist ik dit nog allemaal niet. Vandaag wel, omdat de gemeente Den Haag voor haar bewoners en bezoekers graag bordjes op bijzondere plekken plaatst. Zo las ik op dat bordje – dat naast een heel fijn bankje stond – dat de marinecommandant woonde aan Hogeweg 18 (lees: Hogeweg 18 geconfisqueerd had), een statig pand dat vandaag de dag wel een paar miljoen waard is. Villa Sandhaghe heet het. Een pand dat je trouwens niet mag zien, want op Google Maps is het volledig geblurred (spannund! staatsgeheim!). Dat het bordje van de gemeente pal voor het betreffende pand staat kan dan alleen maar Haagse logica zijn.


Villa Sandhaghe, geblurred op Google Maps

Die villa Sandhaghe had ik tijdens mijn struintocht door het Belvédèreduin al ongemerkt op de foto gezet. Een klassieke villa die zich aftekende tegen torenhoge dennen op het duin. Die dennen vond ik sowieso fascinerend en gingen meermaals op de foto. Evenals de Waterpartij, pal aan de voet van het Belvédère. Het bunkercomplex onder het duin is trouwens een aantal jaar terug nog éénmaal open geweest, en daarna permanent ontoegankelijk gemaakt. En over ontoegankelijkheid gesproken: mocht je ooit het snode plan hebben je eigen onderkomen te laten blurren. Wees gewaarschuwd:

[Klacht op klacht.nl, gericht aan Google] “Omstreeks 2011 heb ik mijn raam laten blurren. Het effect was dat zij mijn hele huis geblurred hebben en dat het lijkt of er een crimineel woont! Dit was niet de bedoeling. Ik heb Google gevraagd om het ongedaan te maken. Dit is niet gehonoreerd, want eenmaal geblurred is altijd geblurred.”

Juf werkt zich suf

Ruim 40.000 leraren verzamelden zich vanmiddag op een winderig en blubberig Malieveld om het kabinet op te roepen meer te investeren in het onderwijs. Extra personeel, een hoger salaris en meer waardering voor het vak, was waar ze om vroegen. De sfeer was goed. Maar het geluid wat timide. “Misschien moet het onderwijs maar een multinational worden”, werd er geschertst. “Dan worden we tenminste door de regering gezien, krijgen we aandacht en bonussen. En o ja, dan mogen we ook nog ongestraft de belasting ontduiken.” Mogelijk zat daar de kneep. Dat het onderwijzend personeel vandaag de dag te braaf is. Natuurlijk stonden er bevlogen mensen in de modder en op het podium. Maar niet alle speeches overtuigden, niet alle spandoeken waren raak. En ook Dolf Jansen in de rol van presentator, grapte er nogal eens naast. Het vuur van de jongeren die een maand geleden op dezelfde plek de klimaatmars liepen ontbrak. Maar je zou het natuurlijk ook zo kunnen zien: in al hun makheid raakten de docenten exact de kern van het probleem. “Volledig uitgeteld, maar toch op het Malieveld!”

Een jaartje wel

Schandalig weinig dit blog onderhouden afgelopen jaar, dus daarom hoog tijd voor een goedmakertje in een jaaroverzicht. Het was me een jaartje wel. Met meerdere grote hoogtepunten en een enkel dieptepunt was het dynamisch, onstuimig, aangrijpend, overdonderend. Ik heb dus een eigen fotoboek over Scheveningen uitgegeven en ben in één jaar tijd een tja, soort van lokale beroemdheid geworden. Een BH’er, volgens vrienden. De Bekende Hagenaar. “Moeten we je handtekening al vragen?” vroegen buren in de straatapp zich af. “We komen je overal tegen!” In het AD, in Den Haag Centraal, de Posthoorn, de Scheveningse media, bij Omroep West, waar niet? Ja, dat was heel eervol. Vrijwel alle Haagse media hadden de boekpresentatie en even later ook de expositie in de Centrale Bibliotheek prachtig opgepakt. Maar het wás natuurlijk ook bijzonder, van de ene op de andere dag uitgever worden en jezelf in het medialandschap zetten. En hartverwarmend was het ook, alle familie, vrienden en bekenden die bij de belangrijkste presentaties aanwezig waren en zo lief waren een of meerdere boeken aan te schaffen.

Foto: Jurriaan Brobbel
Bij de opening van de expositie in de Centrale Bibliotheek, foto: Jurriaan Brobbel

Natuurlijk ging niet alles van een leien dakje. Verkoop van boeken blijft lastig in digitale tijden, zeker van fotoboeken die mensen al in de winkel uitgebreid kunnen doorbladeren. Het streelde me te zien hoe beduimeld de inkijkexemplaren bij de grote boekhandels er na een paar maanden uitzagen. Maar het bracht geen klinkende munt in de uitgeversbeurs. Veel Scheveningse hotels en bedrijven toonden in eerste instantie interesse, maar trokken zich uiteindelijk toch terug, want “er stonden mensen op de foto’s”. Dat hadden ze liever niet. Ook de gemeente en het feestcomité van 200 jaar Scheveningen Bad verdienden geen lintje voor hun kastje-naar-de-muur-strategie. De beste verkoop vond plaats via mijn eigen netwerk en in kraampjes op Scheveningen zelf. Alleen werkten de weergoden niet altijd mee. Op Vlaggetjesdag werden we met kraam en al bijna de Eerste Haven ingeblazen, en tijdens een braderie hoogzomer volgde de ene wolkbreuk de andere op en sneuvelden diverse boeken.


Ringen aan Zee, kunstwerk voor Feest aan Zee, 200 jaar badplaats

Intussen bleef ik veel op Scheveningen fotograferen, met het Historisch Festival als hoogtepunt. In de loop van het jaar kwam daar nog een bijzonder doel bij. Samen met drie andere Haagse fotografen ben ik gevraagd in het voorjaar en zomer van 2020 te exposeren in museum Panorama Mesdag. Waar het beroemde doek in de bovenzaal het Scheveningen anno 1881 laat zien, gaan wij in de benedenzalen het Scheveningen anno nu verbeelden. Ik kijk hier erg naar uit!

De media-aandacht hield trouwens niet op na de lancering van het boek. Exact één dag na de officiële boekpresentatie in de Waterreus, ging ’s avonds de telefoon. Het was de secretaris van het Fotofestival aan de Maas die mij liet weten dat ik samen met 40 andere fotografen was geselecteerd om te exposeren in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam, tijdens het festival. Hiervoor had ik geen Scheveningenfoto’s, maar de serie ‘Hollandse Meesters‘ ingezonden. En zo volgden mijn groupies mij in het voorjaar van de ene opening naar de andere.


Genomineerde foto’s bij de Spider Awards

Vorig jaar was ik gestart met de vakopleiding van de Fotoacademie. Die heb ik voorlopig stopgezet. Het viel niet te combineren met het Scheveningenproject en mijn baan. We zouden het bijna vergeten: ik heb er ook nog een gewone baan naast. Op fotografiegebied was het desondanks een rijk en leerzaam jaar. Ik ben vaker in opdracht gaan fotograferen, onder andere voor een VVE-bestuur uit Scheveningen dat graag havenfoto’s in hun entree zag, voor Ballet Barre Workouts, dat wilde dat ik de balletlessen fotografeerde, en voor Stichting Jeugdformaat, waarvoor ik momenteel werk aan een serie over kinderen die pleegzorg ontvangen. Ook publiceerde het Zuiderstrandtheater een van mijn foto’s van het gebouw paginabreed in hun nieuwe brochure, en viel ik wederom in de prijzen bij de ‘Spider Awards’, een internationale wedstrijd voor zwart-wit fotografie. Ook ben ik dit jaar vaker andere fotografen gaan helpen en adviseren om goede series te maken, wat ik een van de leukste dingen vind om te doen.


Experimenteren met lange sluitertijd en beweging

Om zelf ook verder te groeien in de fotografie, ben ik in september gestart met een werkgroep autonome fotografie bij fotoschool Statief in Utrecht. Met een portfolio van experimentele natuurfotografie bouw ik nu aan een autonome serie. Een heel ander soort fotografie dan ik voorheen maakte, abstracter, impressionistischer. Ik hou van het experiment. Tegelijkertijd maakt het me ook rusteloos. Ik zou me meer willen verdiepen in genres, maar de breedte van het vakgebied blijft lonken. Dat bleek ook weer toen ik in december een kleine week naar Venetië ging. Een verrukkelijke stad voor fotografen. Ik kon weer helemaal los op stadsfotografie, wat ik lang niet had gedaan.


De meest fotogenieke stad van Europa

Tot slot: BH’er zijn heeft af en toe een leuke bijvangst. Tot twee keer toe werd ik dit jaar benaderd door middelbare scholieren die een Haagse fotograaf moesten interviewen voor een schoolopdracht. Dat leverde vermakelijke interviews bij mij thuis op de bank op. En een paar weken terug werd ik zelfs benaderd door een studente van de Fotovakschool die een stageplek zocht. Of ze bij mij kon afstuderen.

En dan echt als allerlaatste: je kunt mijn boek tegenwoordig ook lenen bij de Haagse Bibliotheek. Sinds de zomer is het opgenomen in de vaste collectie van de vestigingen centrum en Scheveningen. En voor wie het liever permanent op zijn koffietafel heeft liggen: een eenvoudige bestelling via bol.com is nu ook mogelijk!