Fietsie foetsie

Donderdagavond Den Haag Hollands Spoor. Moe maar voldaan stap ik uit de trein na mijn eerste klus op locatie in Gorinchem. Het is al rond half 8 en ik heb honger als een paard. Op een schemerig stationsplein haast ik me naar mijn fiets die ik ’s ochtends vroeg in de stalling heb gezet.
Kleine correctie: die ik op een mooi plekje 10 centimeter buiten de stalling heb gezet omdat die ’s ochtends al propvol was.

Ik loop naar de plaats waar mijn fiets zou moeten staan. En concludeer binnen 3 seconden dat hij verdwenen is. F*ck! En nog eens f*ck!
Van fase moe en hongerig glij ik in één keer naar fase belabberd. Want het was niet zomaar een stadsfiets, maar een goeie blauwe Batavus, net vijf jaar oud met een gloednieuwe kettingkast en zadel. En gewoon mijn fiets! Weg. Gewoon weg.
En het meest frustrerende is dat ik niet weet of hij gestolen is, of opgehaald door de gemeente omdat hij niet goed was gestald. Ik probeer me vast te klampen aan dat laatste, maar zie me in gedachten al mijn spaarrekening moeten plunderen voor een nieuw exemplaar.

Eenmaal thuis na een dwaze tramrit waarbij ik elke blauwe fiets voor de mijne aanzie, stort ik me achter de computer om uit te zoeken waar fietsen eindigen die niet goed zijn gestald. Google weet het antwoord: het Fietsdepot Haaglanden op bedrijfsterrein de Binckhorst. De website zegt dat fietsen pas een dag na verwijdering worden geregistreerd, maar eigenwijs en ongeduldig als ik ben ga ik toch mijn hoop beproeven.  Ergens voelt die als zeer ijdel en zegt een snerpend stemmetje: eigen schuld dikke bult: te mooie fiets voor die omgeving. Maar toch, maar toch… Ik typ wat zoektermen in: blauw, batavus, 11 oktober. En dan hoor ik mezelf letterlijk uitroepen: MAAR DAT IS MIJN FIETS!!!!
Een normaal mens zou nu dolblij zijn. Het eerste wat ik denk: Oh My God, ik heb te veel Arie Koomen gezien met die vreselijke reclames van de Media Markt: DAT IS MIJN WINKEL!!! En nu ben ik net zo geworden.

Fietsdepot Haaglanden

Maandagochtend Junostraat op de Binckhorst. Zo ik al iets verwachtte, was het geen woonhuis met oranje dakpannen waar ik moest zijn. Ik had beelden van een enorme grijze loods op een uitgestrekt terrein, volgestouwd met duizenden fietsen. Maar geen bakstenen huis in een klein doodlopend straatje met voordeur, kapstok en bel. Ineke achter de balie heet me welkom. Ze werkt voor de Haeghe Groep, net als de rest van haar collega’s die duidelijk blij zijn een klant te treffen. Ineke koppelt me aan Cor, die me naar mijn fiets moet brengen. Cor is groot en breed en draagt zijn slierterige haar in een matje in zijn nek. Deze beer van een kerel gaat me hobbelend voor naar een enorm plein achter het woonhuis. Cor is aardig, maar nogal kort van stof. In de veronderstelling dat hij weet waar mijn fiets staat, loop ik achter hem aan tot hij abrupt midden op het plein stilstaat.

“En nu?” vraag ik.
“Hangt ‘vanaf” antwoordt hij.
“Is er een systeem?”, wil ik weten. “Waar staan de fietsen van 11 oktober?”
“Hangt ‘vanaf”.
“Maar hoe weet ik dan waar ik moet zoeken?”
“Hier en hier. Of daar en daar”.
“Maar dat zijn honderden fietsen”, zeg ik.
“Tja, hangt ‘vanaf”.

De moed zakt me enigszins in de schoenen. Maar Cor blijft de vriendelijkheid zelve en wijst me iedere keer weer op nieuwe rijen waar mijn fiets tussen kan staan. De logica ontgaat mij geheel, en ik speur tientallen fietsen af. Af en toe werp ik een hopeloze blik op Cor, maar ik krijg slechts een glimlach terug. Als ik hem uiteindelijk gevonden heb, is Cor in zijn nopjes. Hij brengt mijn fiets naar de uitgang van het terrein en leidt mij naar de receptie waar ik zelfs een knipoog van hem krijg.

Bij Ineke aan de balie voldoe ik mijn schuld: 17,50 euro in de kas van de gemeente. Maar alles beter dan een nieuwe fiets. Ik vraag hoeveel procent er wordt opgehaald. Het resultaat is schokkend: 20, hooguit 30%. De rest gaat naar vakhandels en leerwerkcentra. Behalve de fietsen zonder framenummer. Ineke beweegt haar vingers in de vorm van een schaar. “Die worden na 6 weken verknipt, hoe nieuw ze ook zijn”.

Met een Afschrift last onder bestuursdwang fout gestalde (brom)fiets verlaat ik het pand. Toch blijft er een vraag. Op de website van het depot staat allervriendelijkst dat ze nooit zomaar je fiets weghalen en je met een label altijd de kans geven hem beter te stallen. Toch was mijn bike binnen een paar uur weg. Op het afschrift lees ik het antwoord: U hebt tot 30 minuten de tijd gehad om uw fiets zelf te verwijderen. Na het verstrijken van deze periode is de (brom)fiets op last van ons verwijderd.

Tja, 30 minuten. Is dat nou eerlijk bij een stationsstalling?
Mijn hobbelende beer zou het wel weten: “Hangt ‘vanaf”

De namen zijn verzonnen.

4 thoughts on “Fietsie foetsie

  1. Gelukkig dat je hem terug hebt, maar wat een gedoe zeg!!!
    Absurd dat je na een dag hem al kwijt bent. En dat terwijl de stalling vol was.
    Een paar centimeter….
    Zou hij gevaarlijk staan, kan ik het me nog voorstellen, maar zo?
    En dan wil men het fistsen bevorderen; lekkere manier.

    • Ja, dit was wel lik op stuk van de bovenste plank. En als er nu nog borden stonden dat je fiets daar niet buiten de stalling mag staan. Maar ik heb gekeken: NIETS!

  2. Dat de fietsenstalling propvol was, daar kon jij immers niks aan doen. En ook nog 17,50 euro voor de gemeentekas. Lekkere service weer van Den Haag…. NOT! Nou ja, in elk geval heb jij je fiets weer terug. Ben blij voor je.

    • John, dank voor het meeleven! Uiteindeiljk overheerst wel de blijdschap dat ik mijn fiets weer terugheb. Maar er moeten gewoon meer goeie fietsenstallingen komen! En niet in een uithoek zoals op Centraal Station, want dat werkt gewoon niet.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s